Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 24 oktober 2025
Zij is natuurlijk erg geschrokken." "Zie ze toch eens beven," zei Leni. "Maar hoe kwam poes toch boven? De deur van de voorkamer moet opengestaan hebben." "Poes wou in den koffer," versprak Hans zich, "maar dat mocht niet, want Fritsje...." "Fritsje? Is Frits dan boven?" vroeg mevrouw Van Brakel verbaasd. "Ik dacht, dat jullie met hem in den tuin speelden."
Zooals de wind nu is, krijgen we stellig regen, zegt Baas Martens, en ik ga straks uit rijden. Ze hebben me hierheen gestuurd om het touw." Al den tijd, dat Hans praatte, keek Pietersen hem met groote verbazing aan: hij begreep er niets van. "Hans, mijn jongen, zeg het nog eens weer.
Zijn vader, Hans Luther, een boerenzoon uit het dorp Möhra, was een arme mijnwerker, die met zijn vrouw, Margaretha Lindemann, hard sloven moest om den kost te verdienen voor hun zeven kinderen, vier jongens en drie meisjes, waarvan Maarten de oudste was. De ouders van Maarten waren goede, vrome menschen, die hun kinderen hartelijk liefhadden.
De eerstvolgende dagen was Go bijna nooit thuis; dadelijk na college en 's avonds weer ging ze met Frieda Gerard, Han en Beerenstijn helpen, die Hans' vader beloofd hadden, alles te zullen regelen en in orde brengen.
"Hans! schrale lummel! zeg dan, jou heb ik toch bij mijn weten geen kwaad gedaan, is 't wel?" herneemt de jager: "'En enkele smeer toen je jonger waart, daar wil ik af zijn; maar anders....? Hé, heb ik niet dikwijls meegetrokken aan de lijn als 't al te straf liep? En als je honger hadt dan kreeg je ook altijd je portie; ja vreten genoeg; en, 'en borrel voor Toon: 'en klontje voor Hans.
Die heeft nogal praktijk; ik heb 'm laatst ook 's bij Jannie gehad.... Dan is hij zoo zacht." "Ja," zei Go peinzend, "hij is heel hartelijk, bij erge dingen. Toen met Hans had ik eigenlijk aan hèm 't meest." "Ja gòd.... maar vertel nu 's, is er nog niemand gepromoveerd?" "Ja, Lize, dat weet je. 'n Mooie dissertatie.
Het laatste klonk heel bitter en Hans peinsde voor zich uit: "Volgens deze theorie is hij het meest benijdenswaard, die onder de ongunstigste omstandigheden leeft.
Toen heeft hij het touw gehaald en den wind naar den regenhoek gedraaid." "Zoo, is het bij Teunissen, dat ziet er gek uit," zei Baas Marlens, "de jongeheer heeft haast, hij zal geen' tijd hebben, om er nog even heen te loopen." Maar Hans bedacht zich niet lang. Zonder iets te zeggen schoot hij als eene pijl uit den boog vooruit en liep wat hij loopen kon den kant uit, waar Teunissen woonde.
Waarom zou een zoo innig overtuigd man als mijn oom, met een schranderen gids, zooals Hans, en een "vastberaden" neef, zooals ik, bij zich, niet slagen? Zulke mooie gedachten speelden mij in het hoofd! Als men mij voorgesteld had om naar den top van den Sneffels terug te keeren, zou ik het met verontwaardiging afgeslagen hebben. Maar er was gelukkig alleen sprake van dalen.
Ieder vloog een kant uit. Hans en Bob stonden wel wat verlegen. "Kom maar met mij mee," zei Door tot Bob. "Ik kruip achter dezen struik, ga jij achter dien staan." "O, Door," riep Bob verschrikt. "Wat is er?" fluisterde Door, omkijkende. "O, maar Bobbie, hoe is 't mogelijk! Ben jij in Dolfs rooverhol gezakt? Je hadt warempel je beenen wel kunnen breken.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek