"Hoe?" riep zij met een van blijdschap stralend gelaat uit, toen zij hem zag. "Jij hier, jij zelf? Dat had ik niet gedacht. Ik ben bezig mijn meisjescostumes te verdeelen." "Ah, dat is goed!" antwoordde hij, de kamenier met een somberen blik aanziende. "Ga nu maar, Douniascha, ik zal je roepen," zeide Kitty; en dadelijk toen zij was heengegaan, vroeg zij: "Wat is er?"

Maar ik zou stellig door het zware bloedverlies gestorven zijn, als er niet een ruiter gekomen was, een Indiaan, die mij verbond en mij toen naar andere Roodhuiden bracht, bij wie ik blijven mocht totdat ik hersteld was. De ruiter, mijn redder, is de beroemdste man onder de Indianen en heet....."

Toen ik te Teos aan land stapte, vernam ik dat gij geen koning meer waart. De groote Cyrus, de vader van dezen schoonen jongeling, had binnen weinige weken het machtige Lydië veroverd, en den rijksten koning tot een bedelaar gemaakt." Al de gasten staarden den ernstigen krijgsheld vol verwondering aan. Cresus schudde hem krachtig de hand.

Met een gevoel van schrik rees zij, bij dergelijke hier wel ongewone verschijning op, toen zij tot haar verwondering in den vermeenden indringer den Prins herkende, die, naderbij gekomen, op zijn gewone eerbiedig hoffelijke wijze haar begroette. Vergeef mij, edele jonkvrouw! zeide hij, indien ik, onbewust van uwe tegenwoordigheid op deze plek, onwillekeurig u kom storen.

Cascabel had zich toen verwaardigd hem de hand toe te steken en Tchou-Tchoûk had die onderdanig gekust, als eene hand die in staat was den bliksem te slingeren en den storm los te laten. Kortom, op den 8sten Maart was alles voor het vertrek gereed.

Hij luisterde zwijgend en toen het air uit was zette hij de doos op een aantal waterglazen en deed haar het stuk herhalen. Dat is een van de mooiste melodiën, die ik ken, zei hij zacht; ze is zoo innig aangrijpend eenvoudig en lief ... en nu, Soedah: Hij liet de speeldoos ophouden. Luister nu even doktertje! Wat ik je zeggen wou is dit: jij bent hier altijd mijn intimus geweest, ja?

Er was er niet een, wien het paste. Op zijn tocht van de eene deur naar de andere kwam de prins eindelijk aan het huis van Marra's vader. De stiefmoeder had hem verwacht en had haar stiefdochter onder een grooten voedertrog op het erf verborgen. Toen de prins haar vroeg, of zij dochters had, antwoordde zij, dat zij er maar een had en zij bracht haar dochter bij hem.

De kreten, die zij in haar doodstrijd slaakte, bereikten hem waar hij was, hoewel in geen vorm, dien hij kon begrijpen; nog éénmaal, en voor de laatste maal, sprak haar ziel tot de zijne. Toen scheen plotseling een koude wind hem in 't gelaat te blazen en door zijn haar te spelen, en alles was voorbij.

«Help den signor zijn verfdoos dragenzei de signora den volgenden morgen tegen den knaap, toen de jonge buurman, een schilder, vooorbijliep en een schilderdoos benevens een groot, opgerold stuk doek droeg.

Ontferm U mijnerToen de vlammen zijn lichaam verteerden, was zijn ziel al in den Hemel. Maar het waren niet alleen mannen, die voor hun geloof durfden sterven, ook vrouwen beklommen onverschrokken het moordschavot. Een van deze was Wendelmoet Klaesdochter, een weduwe uit Monnikendam.