't Liefste wol ik zon sniedersbaos onder den hoed hebben ezien, eene zeg Itzig die een mense heelemaole oet mekaar nemp, wat te lang is eworden, inkört, en wat te kört is, een verlengstuk anzet, en wat neet meer deugt an de kaante smit en 't heele liggem zoo schoone maakt, net as Hilbert met een varken ummesprink, al even met dit onderscheid, dat het varken der niet weer van naoknort en 't mens weer vortlöp, net as of ter niks met hum is veurvallen.

Thans het Boek der Dooden ter hand nemend wil ik alvorens, over te gaan tot het bespreken van de inwijding in de Groote Pyramide, er nog aan toevoegen dat ik thans dit werk alleen in zooverre wensch te volgen, als noodig is voor het verband met het onderwerp, De Groote Pyramide, en dus niet op een bijzondere beschouwing van den tekst van het werk zelf kan ingaan.

Zij verwachtten een zeeslag te moeten leveren, maar het bleek hun, dat zij op het droge hadden te strijden, daar de Perzen hun schepen bij Mycale in Jonië op het strand hadden getrokken, en daaromheen een muur van houtblokken en steenen hadden opgeworpen. Toen de Grieken dit zagen, gingen zij aan land.

Laat ons daarom hopen, dat onze geachte vriend, in wiens huis en om wiens disch wij op dit oogenblik vereenigd zijn, eerlang in die vergadering de plaats zal innemen, waarnaar met het volste regt door hem gedongen wordt!"

Of het beest getroffen was had niemand van ons kunnen zien, zoo snel was alles in zijn werk gegaan, doch gelet op de geweldige beweging die het dier gemaakt had, was het wel waarschijnlijk dat dit niet alleen door den schrik veroorzaakt was. Hoe het zij, weg was het en als het getroffen was zou het dagen kunnen duren, voordat het cadaver boven zou komen drijven.

Men zou zeggen dat hij dengene straft die hem begrijpt; maar neen; hij beloont hem er voor; want hij brengt hem in een hel, waar men God naast zich voelt. Men heeft zijn hart niet zoodra verbrijzeld, of men is in vrede met zich zelven." En op onuitsprekelijken toon voegde hij er bij: "Mijnheer Pontmercy, dit alles is dwaasheid, ik ben een eerlijk man.

Maar hier hoefde je toch niet bang voor te worden, meende hij. Dit was niet zulke gevaarlijke hekserij of ander kwaad, waar hij vroeger altijd bang voor was in den nacht. De muur én de poort waren zóó prachtig gebouwd, dat hij niets voelde, dan een groot verlangen om te zien, wat daar achter lag. "Ik moet toch zien, wat dat wezen kan," dacht hij, en ging de poort door.

Als ik er aan dacht dat deze voortreffelijke electrieke machine, beweging, warmte en licht aan de Nautilus schonk, en haar bovendien nog verdedigde tegen aanvallen van buiten, zoodat het vaartuig in eene heilige ark veranderd werd, welke niemand kon aanraken zonder verpletterd te worden, kende mijne bewondering geene grenzen meer, en van de machine ging die over op den bouwmeester, die dit alles gewrocht had.

Het schijnt dat de man die eerst den zonderlingen naam Duyzenddaalders voerde, dezen basterdvloek zoo dikwijls in den mond genomen heeft, dat hy er eenen bynaam van kreeg. Schild of »schilt", »scilt", was de naam van zekere oude munt, en dit woord bestaat nog in den geslachtsnaam Vijftigschild, die ook door afslyting zyne laatste letter verloren heeft, en als Vijftigschil voorkomt.

Wanneer enigen, verzadigd van moord en buit, vertrokken, werden zij door anderen nog boosaardiger opgevolgd, en alzo bleven de Fransen een ruime tijd aan dit schandelijk werk: de hele reeks der euveldaden welke een losgebroken krijgsknecht plegen kan, werd door hen uitgeput .