Maar hij had meer dan één instrument terdege in zijne macht; hij stond met recht bekend als voortreffelijk muziekonderwijzer en volleerd organist; en voor het dirigentschap was hij al geboren.

Het linkerbeen deed hem zoo zeer, dat hij een schreeuw gaf van pijn. Dat is een mooie zaak, zei Dries, daar leg ik nu zonder op te kunnen staan en zonder paard. Had ik dat nog, dan kon ik mij misschien met wat moeite in den zadel hijschen, maar nu is 't een drommels leelijke positie waarin ik door dat leelijke zwijn ben gebracht.

En vermoedelijk verricht hij meer werk dan os en paard te zamen, zoo veelvuldig is het gebruik dat van den koelie gemaakt wordt. De gedroogde visch uit het noordoosten des lands wordt aangevoerd per vaartuig over zee, of per pakpaard over land, maar rijshout, gras, takkebossen en dergelijke worden voor een groot deel door koelies in de groote plaatsen gebracht.

Waren zij eerst maar een mijl of wat noordelijker, dan kon zij weder gerust ademhalen. Teneinde overtuigd te zijn dat niemand gedurende den nacht buiten den wagen kwam, sloot zij niet alleen zelve de deur aan den binnenkant, maar bleef zij den geheelen nacht buiten de Schoone Zwerfster de wacht houden.

"Och ja" zei de vagebond, nu meer op koel mededeelenden dan op beeldenden toon "dat heeft toe' twee en half jaar en drie dage geduurd ... Maar godallem

En nu komt de Christus en zegt: »De vaderen hebben het Manna gegeten in de woestijn, doch dit was slechts een zinnebeeld, want zij zijn toch gestorvenMaar dan ook: »Ik ben het wezenlijk Manna. Ik ben dat eigenlijke Brood, dat uit den hemel is nedergedaald. Want wie Mij eet, zal niet sterven in der eeuwigheid

Gekruisigd aan zichzelven hoorde hij niets meer dan zijn-zelfs woorden en ze waren zacht en wat klagend om hem: "Ik was al vroeg alleen.... ik was alleen altijd.... in het halfdonker van een nauwe straat weet ik me geboren.... drie maanden van een jaar kwam er de zon tot op het plaveisel.... Er spelen kinderen met mij.... vlossig hun haren.... wij spelen over de keien, wij groeien tusschen den schemer van de huizen op.

Zij waren bijna nooit zonder logeergasten, en zij zagen meer menschen van allerlei slag, dan eenige andere familie in den omtrek.

Als de koningin moest paardrijden, ging zij liever door dien palfrenier bewaakt uit dan met eenig ander, wat hij, wanneer het gebeurde, als een zeer groote gunst beschouwde en nooit liet hij de teugels los, gelukkig als hij soms toch maar haar kleederen kon aanraken.

Deeze voorzorgen waren in de daad aller noodzakelykst: maar zoo al de muitelingen ons niet ontdekten, wy wierden ten minsten door groote muggen en insecten, die uit een naby gelegen moeras opkwamen, van één gereten. Wat my betrof, ik leed hier meer, dan ik immer geleden had aan boord der elendige vaartuigen, toen ik my op den wachtpost aan de Cottica bevond.