Gedurende den nacht zijn wij door de oase van Atek gestoomd, die langs den voet der bergen een vruchtbare strook vormt, minder lang en ook minder bevolkt dan de voorafgaande oase, de bevolking wordt op omstreeks vijftigduizend zielen geschat maar rijker aan groen en geboomte.

"Wilt ge mijn karabijn?" vroeg Enjolras aan den straatjongen. "Ik wil het groote geweer," antwoordde Gavroche. En hij nam het geweer van Javert. Twee schildwachten waren teruggetrokken en bijna tegelijkertijd met Gavroche in de barricade gekomen. 't Waren de schildwachten van het einde der straat en der kleine Truanderie.

Hij had nu althans de ondervinding opgedaan, dat men, om in Amsterdam iemand te vinden, aan het nummer weinig heeft, zoolang men den naam der gracht of straat, waar hij woont en die der aangrenzende grachten of straten niet van buiten heeft geleerd.

Nu, dat hadden wij ook wel aan hem, althans aan zijn New-Foundlander verdiend. Nog zaten wij aan het nagerecht toen inderdaad de Luitenant der Douaniers de groote kajuit binnentrad; een man met een zeer beschaafd voorkomen en een zeer bevallige uniform.

De grondwetsherziening was het werk der Liberalen, zij had wijding gegeven aan hunne beginselen. Ook deden zij zich aan het volk voor met den invloed, die het succes teweegbrengt en met de handen vol beloften voor de onbelemmerde toepassing van de grondwet. Met de Liberalen hadden zich de Roomschen verbonden.

Nadat deze maatregelen waren bekend gemaakt, besloten de herauten met eene vermaning aan iederen goeden ridder, om zijn plicht te doen, en de gunst van de Koningin der Liefde en Schoonheid te verdienen. Toen deze afkondiging gedaan was, begaven zich de herauten naar hunne standplaats.

De meest gewone is de zoogenoemde russische distel, waarvan de russische paarden, in 1849, het zaad in hun hair medebrachten: dit was het geschenk der blijde inkomste, dat de Russen aan Zevenbergen aanboden!

Maar wat niemand bemerkte was, dat nu en dan vele mannen met bruine mantels en breede hoeden den steenen trap voorbijstapten om zich in de duisternis onder de lage nevenbeuk der benedenkerk te gaan verbergen. Eenigen dezer scheidden zich echter zonder spreken bij de groote ingangpoort van hunne makkers en bestegen den trap.

Boven den kuil is het grauw van den mist. De grafteekens, op wat wijdsch "de begraafplaats" heet geschaard om de twee zijmuren en den achtermuur der kerk heen, doen zich in den dichten nevel voor als grillig gevormde dwergschaduwen. De vochtige damp dempt het klokgebom, dat uit den kerktoren klinkt.

Terwijl hij dapper stand hield, deed Yoshitsune navraag, wie die reus was, en werd hem medegedeeld, dat het de Koning der Tengu was dat wil zeggen, de Koning der kaboutermannetjes uit de bergen, levendige wezentjes, die zich herhaaldelijk bezig hielden met allerlei fantastische streken. De Koning der Tengu was Yoshitsune zeer vriendelijk gezind.