Weer kwam de grijsaard naderbij. Hij zette de muts, die zijne zilveren haren bedekte, af, en trok zich de grijze pruik van het hoofd. Daar ontviel hem ook de lange baard, en nu zag Gijsbrecht zijn trouwen Fulco voor zich, met oogen, die door hunne tranen heen nog glinsterden van vreugde. "Mijn God!" stamelde Gijsbrecht met gevouwen handen. "Mijn goede, trouwe, beste Fulco!

"Die droom?" riep zij, "ik zou eene groote kostschool voor jonge juffrouwen oprichten! Tot nu toe was ik slechts hulponderwijzeresse, en ik moest vele dwalingen aanzien en aan vele verkeerde richtingen gehoorzamen; maar dan zou ik vrij zijn en al het goede kunnen stichten, dat mijn hart mij inboezemt."

Voor het geval, dat mij iets overkomt, voor het geval, dat ik niet terug mocht komen, zeg dan aan mijn koningin, dat ik het om harentwil deed. Keer met het schip naar Engeland terug, Dalton, en spreek tot onze vorstin deze woorden: 'Wees meer dan ooit op uw hoede voor Spaansch vergift of Spaansche dolken. Het is de laatste waarschuwing van Uwer Majesteits getrouwen vazal Guy Stanhope Chester."

Ik heb hem geschreven dat dit praatjes zijn en zond hem bovendien den volgenden brief: 'Gij hebt mijn optreden eerloos genoemd; vroeger hebt gij mij in het gezicht willen slaan, en ik erken dat ik schuld heb, vraag u om verschooning en wensch niet meer te duelleeren."

THURIO. Wat zegt zij van mijn moed? PROTEUS. O, heer, daarover is zij niet in twijfel. Waarom ook, als zij weet, hoe laf hij is. THURIO. Wat zegt zij van mijn afkomst? PROTEUS. Dat gij van hoogen rang zijt afgedaald. Van edelman tot zotskap, ja voorwaar. THURIO. En spreekt zij van mijn landerijen? PROTEUS. Ja, maar met leedbetuiging. THURIO. En waarom? Dat zulk een ezel die bezit.

Men wees ons het huis van oom Gaspard; hij woonde op een kleinen afstand van de mijn, in een nauwe en steile straat, die naar den heuvel bij de rivier voerde. Toen ik naar hem vroeg, gaf een vrouw, die tegen de deur geleund stond en met een harer buurvrouwen in gesprek was, mij ten antwoord, dat hij eerst tegen zes uur van zijn werk terugkeerde. Wat wilt gij van hem hebben? vroeg zij.

Gij zelf hebt haar geene andere bevelen te geven, dan die ik u aan haar zal opdragen." De eunuch boog zich zwijgend. »Zorg er voor, dat niemand, zelfs Cresus niet, met haar spreke, alvorens mijn .... zoo lang ik u geene andere bevelen geef." »Cresus was hedenavond bij haar." »Wat wilde hij van mijne gemalin?"

»Maar," zeide Dion, »wat Iras mij zou willen aandoen, dat zal Charmion verhinderen; en mijn oom Archibius, hoewel ik niet al te zeer op hem rekenen wil, staat toch boven haar, en keurt mijn verbintenis met Barine goed." »Als dat zoo is," riep Gorgias met een verlicht hart uit, »dan wensch ik u geluk!"

Mijn sympathie is aan de zijde van de misdadigers en niet aan die van het slachtoffer, en ik zal mij met deze zaak niet inlaten."

"Bedenk u wel," zeide de Baron: "Ik bezit niets, dat ik mijn eigendom kan noemen, dan mijn moeders erfdeel: op mijn ouden dag bekrimp ik mij niet meer, en van wat ik heb, heb ik vast besloten de helft aan Joan te geven; ik heb dien armen jongen niet opgevoed om hem naderhand armoede te laten lijden.