"Zeg eens, je noemt me goed August; maar weet je wel dat ik me zelf vervloekt laag zou vinden als ik je aanstonds die hand gaf?" "Nog eens Philip, zulk een ontvangst had ik niet verwacht; wanneer ik die had kunnen voorzien...." "Dan zou je niet hier zijn gekomen, 't Ware misschien beter geweest." "Philip, goeje kerel! wat heb ik gedaan dat je mij...." "Wat je gedaan hebt August?

Alle toehoorders vonden het leelijk en juist aan die algemeene afkeuring heb ik het geluk van mijn leven te danken." Ik was zeer verwonderd den dichter Nunez op deze wijze te hooren spreken. "Maar Fabricius, hoe is het mogelijk, dat de val van je treurspel je zulk een geluk heeft kunnen geven?"

Maar laat mij geen vreemde woorden gebruiken, zonder ze even te verklaren: psyche beteekent: ziel, psychisch dus: wat tot de ziel behoort, wat de ziel betreft. Ik bedoel dus te zeggen, dat zij wat haar zielseigenschappen betreft romantisch is. En ge herinnert u ongetwijfeld wat ik u onder "romantisch" heb leeren verstaan .

Sergius en Cascabel verlieten dus samen de Schoone Zwerfster, maakten eene wandeling en gingen toen op den rand van een boschje, niet ver van het dorp, op een omgevallen boomstam zitten. Mijnheer Sergius, begon Cascabel, ik heb u gevraagd om met mij mede te gaan dewijl ik eens vertrouwelijk met u praten wilde. Ik wenschte met u over uwe verdere plannen te spreken.

De koortsen van Farsistan zijn zeer ernstig; zij gaan gepaard met delirium of althans met zeer afmattende hallucinaties en verzwakken den patiënt bovenmate. In deze omstandigheden valt het dubbel hard, een bed en vooral schoon linnengoed te moeten missen; ik heb naar den bazar van Shîraz gezonden, maar het is niet mogelijk linnen te vinden.

Ze is zeker zoo hoog gaan staan, omdat wij anders zouden zien, dat ze ons gouden hart mist! Heb je die zwarte sprieten op haar rood kleed gezien! Dat is een middel te meer om in 't oog te vallen! Ze deed haar kelk maar even los; ze wou zeker 't Licht vangen! Ha! ha! ha! Hi! hi! hi! Ha! ha! ha! schaterden al de madeliefjes.

"Doe zooals ge wilt, Honoria. Misschien zoudt gij liever in 't geheel niet terugkomen." "Dank u, neen. Ik wil mij niet aan dwaze aantijgingen blootstellen. In Londen kom ik bij u terug, en dan zal ik mij maar weer in mijn lot zien te schikken. Ik heb, Goddank, geleerd, mijn ongeluk te dragen," en met dezen laatsten schimpscheut verliet zij de kamer.

Zeker, die zegt veel zulke dingen; maar niemand denkt er toch ooit aan om ze te doen. Gij weet wel, Eva, niemand doet dat." Eva sprak niet; hare oogen bleven een poos strak en peinzend. "Hoe dat zij, lieve Neef," zeide zij eindelijk, "heb dien armen Dodo toch lief en wees goed voor hem, om mijnentwil."

"Noem uw naam." "Als ik mijn naam noem, zijt ge mij niet meer trouw. Als gij me niet meer trouw zijt, wordt gij verdoemd. Dat is de wet." "Ik vrees de wet niet. Ik ben u trouw." "Hebt gij mijn naam ooit gehoord?" "Niet den naam, dien gij nu draagt. Wel den naam, dien ik liefhad." "De Vliegende Hollander heet ik. Ik heb den Duivel verzocht, en er bestaat geen verlossing voor me, anders dan door u.

Ja, dat heb je me dikwijls genoeg verzekerd in je brieven; en misschien was het ook wel waar ... in zekeren zin ... zoolang je nog daarginder in een ruimer en vrijer wereld leefde, die je den moed gaf zelf vrij en ruim te denken. Je vondt misschien bij mij meer karakter en eigen wil en zelfstandigheid, dan bij de meesten hier.