Wien kon Eline zich liever dan Otto wenschen, ook al was hij nu eenmaal niet schatrijk? Zoo waren dus ook haar eigen plannen voor de toekomst vernietigd! Eline trouwde niet, Eline bleef natuurlijk bij hen, en Vincent... Vincent bleef waarachtig ook hangen, eeuwig hangen!

Vgl. nog Noord en Zuid II, 138/9. 1124. landdrost, waardigheid hoger dan schout; landdrost oefende in naam van de heer de lijfstraffelike rechtspleging uit. Al is de krijghsman doot, Is de krijgsman gedood, dood. Al, versterkend partikel = wel?? doot, oud part. tot adj. geworden, vgl. van Helten, Tijdschr. Ned. Lett. Verdam, Middelned. Woordenboek, 297. Alexander, ed. Franck, p. 421.

Het begin van dit verhoor had veel van het vroegere. De Schout begon weêr te vragen: "Joachim Polsbroekerwoud, hoe is uw naam? Hoe oud zijt gij? Van waar kwaamt gij gisteren alhier aan?" en zoo voorts met al de aangeklaagden.

En wat is er van geworden?... Maar niet in later dagen alleen, ook in die overoude tijden reeds, waarop gij u beroept, ontstond er al een twijfel omtrent het voorwerp van vereering; en, evengoed als menig godvruchtige onzer dagen, vroeg ook toenmaal reeds het vroom gemoed: "Hij die adem, Hij die kracht geeft, Wiens gebod wordt vereerd door Deva's, door allen, Wiens schaduw is de onsterflijkheid, Wiens schaduw is de dood, Wie is die God, wien het offer wij brengen?"

En worden zulke dwalingen niet op school door de gard verkeerdelijk ingeprent in het jeugdig gemoed? Reeds de eerste les in het ABC is tevens een les in slavernij en leert al aanstonds de geheiligde gelijkheid verzaken, die ons geboorterecht is. Neen, meneer, zoolang ze niet kunnen onderwijzen zonder de ergerlijke toepassing van de gard, zal mijn jongen nooit op school."

De grenzen van ons kunnen eischen het en wij behoeven zulke middelen als hulp bij het vastleggen van onze kennis omtrent die wonderbaarlijke menigte tot in 't oneindige verschillende, waarneembare natuurvormen. Maar deze classificaties, dikwijls zoo gelukkig door de natuurvorschers bedacht, evenals haar indeelingen en onderverdeelingen, zijn geheel en al kunstmatig.

Al verkochten wij alles wat wij hebben, dan zou niemand ons toch honderd gulden daarvoor willen geven!" "Wel mijn arme jongen!" riep de graaf uit, die een zeer goedhartig jongeling was, "schep moed! Indien alles zoo is als gij mij zegt, dan zult gij geholpen worden!

En toch geloof ik niet, dat uw gunsteling voor zeeman in de wieg is gelegd." "Ik zou hem gaarne eens zien," hernam de Prins. "Ik heb al naar hem rondgekeken." De Ruyter wenkte een matroos en gebood dien, Pieter te roepen. Binnen weinige oogenblikken was hij bij hen. "Je bent groot geworden, Pieter," zeide de Prins. "Ik zou je niet herkend hebben. Hoe oud ben je thans?"

Niettemin werkten de boomen neerstig voort, alleen op eigen kracht. Zij bloemden toch! en de eene na de andere boom hulde zich in bruidsgewaad, en de bloemen openden hunne lippen om al de weelde van hunnen reuk uit te spreken.

En hetzij ge droomt of phantaseert of mijmert, of door hartstocht in uw binnenste gejaagd, of door drift in uw nieren geprikkeld wordt, al wat op het veld uwer gedachten opdoemt en gestalte gewint, bestaat wel niet voor de wereld, maar bestaat wel terdege voor u... en voor uw God.