Aanwezig waren een 20tal leden van de sectie Monte-Rosa; 2 leden van het hoofdbestuur van de Schweizer Alpenclub, en de heer Finch als afgevaardigde van de Academ. Alpenclub Zürich. De Engelsche Alpine Club werd door niemand minder dan Whymper vertegenwoordigd.

Hij liet zijn sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder, waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend, ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar, doch algaande brak 't koude zweet hem uit.

Zij begreep wel wat er aan scheelde: het was zoo gemakkelijk niet als hij gedacht had, met een leelijk meisje te gaan trouwen. Nu had hij iets tegen haar. Niemand wist beter dan zij zelf hoe leelijk ze was.

Het jaar 1866 werd gekenmerkt door eene zonderlinge gebeurtenis, namelijk eene onverklaarbare verschijning, welke niemand zeker vergeten heeft. Zonder nog te gewagen van de praatjes, welke de bewoners der zeeplaatsen ongerust maakten en over het algemeen hen, die meer binnenslands woonden, in opgewonden toestand brachten, waren het vooral de zeelieden, die bijzonder in angst verkeerden.

't Is mijne schuld niet; Nele is stout. Zonder te luisteren, opende Uilenspiegel de deur van het stalleken. Hij vond er niemand; hij liep naar den kouter en van daar op den steenweg: van verre zag hij twee dravende peerden in den morgennevel verdwijnen. Hij wilde ze achterhalen, maar ze renden gelijk de stormwind, die de droge bladeren opjaagt.

"Niemand dan een latro famosus," hernam de Prior, "waarvan ik u de beteekenis op een anderen tijd, en een andere plaats zal zeggen, zou een Christen-prelaat en een ongedoopten Jood op dezelfde bank zetten.

Een hevig gelach klinkt er thans van De vrouw Neeltje. Ieder zijne beurt. Maar dat kan de Engelschman niet dulden! Hij mag uitlachen wien hij wil, maar niemand mag dat doen te zijnen koste. En in zijne boosheid neemt hij een der steenen, die op zijn dek liggen, en smijt dien naar den brutalen Vlielander.

Cornelia vroeg wat er aan de hand was, daar zij Wagram en Marengo zoo te keer hoorde gaan. Het antwoord luidde dat niemand het wist, maar dat er geen reden was om zich ongerust te maken. Moeten wij uit den wagen komen? vroeg zij. Neen, Cornelia, zeide Cascabel. Gij en de meisjes moet blijven waar ge zijt. Ge hebt hier niets te maken.

Niemand, die van het onderhoud getuige was geweest, zou ooit de uitdrukking van vertwijfeling vergeten, waarmede de koning zijne ridders aanzag, toen de beteekenis van het gehoorde tot hem doordrong.

Dan had hij een ridderorde, dan ging hij naar Italië, dan kwam hij in de nieuwe uitgaaf van het groot Schilderboek!... Maar niemand let op hem. Hij gelooft somtijds dat hij een te stipt christen, een te nauwgezet burger is, om een schildersnaam te maken.