Atracius = thessalisch; atracia ars = tooverkunst. Atrebates, Atrebatioi, belgische volksstam in het latere Artois. Hunne hoofdstad was Nemetacum of Nemetocenna, thans Arras. Atreus, Atreus, zoon van Pelops en Hippodamea. Hij en zijn broeder Thyestes vermoordden hun stiefbroeder Chrysippus en werden daarom door Pelops weggejaagd.

Even later op den dag, in de zachte, stille zonne-warmte van den heerlijken mei-ochtend, liep Alfons, door belangstellende nieuwsgierigheid gedreven, eens tot aan den vlasgaard, waar Smul nu aan 't eggen was.

Zij had nu niets van een wijsneus, niets van een kleinen professor en zij walste heerlijk, heerlijk. Toen werd het hem of het leven niets dan éen zoete wals was.

Cohortes vigilum, zeven in getal, voor elk tweetal wijken één, eene soort van brandweer en politie, door Augustus ingesteld. Zij stonden onder een praefectus vigilum. Het land was moerassig, zoodat de woningen voor een deel op palen moesten gebouwd worden, doch het was zeer vruchtbaar en leverde o.a. timmerhout, hennep, pek, honig, was, vooral vlas en linnen, en ook goud op.

't Was of iedere vogel ons riep: »Je gaat den verkeerden kant uit. Je moet niet naar dat muffe hok. Je moet naar de paden, naar de slooten, naar de velden. Je moet de ruimte in." Het was wel moeilijk, aan die roepstemmen geen gehoor te geven. En dat bleef zelfs een strijd voor me, toen ik al lang onderwijzer was. Naar school of daar buiten? O, dat buiten trok zoo.

"Weet ge wel, Radzivil, dat de spreuk, die deze Hollander zooeven uitsprak, gegraveerd staat in de binnenzijde van een ring, welken de Prinses draagt? Slechts eenmaal legde zij dien, doordat een der steenen beschadigd was, in mijn tegenwoordigheid af. Ik had toen de gelegenheid het inschrift te lezen, en vroeg wie haar dien ring had geschonken.

Mijn eerste gedachte was dat er boven in het tuig iets stuk was gegaan; maar terwijl ik nog viel, en vóór dat ik op het dek terecht kwam, hoorde ik een geweervuur van de booten alsof de duivel in eigen persoon een roffel sloeg. Ik draaide me half om, en zag den matroos die op schildwacht stond.

"Waarlijk niet," antwoordde ik: en ik gaf haar een kort verslag van de zaak, zooals die zich had toegedragen, alleen voor haar, gelijk voor mijn vader, de aanleiding mijner kennismaking met den Heer Van Lintz verbergende, daar ik die niet kon openbaren zonder te spreken van zijn verblijf in de boerderij, die ik van gedachte was, dat hem wellicht nogmaals tot toevlucht verstrekken kon.

Op aandrang van meneer Skinner ging hij den ren binnen, doch nadat hij een of tweemaal door de spleten in zijn schoenen gepikt was, kwam hij er maar weer uit, en sloeg deze monsters gade door het traliewerk. Hij bracht het hoofd heel dicht erbij, en volgde al hunne bewegingen, alsof hij nooit tevoren een kuiken gezien had.

Het paard van de Grantmesnil, dat jong en vurig was, geraakte onder het loopen aan het hollen, zoodat de ruiter zijn doel miste, en de vreemdeling, geen gebruik willende maken van het voordeel, dat dit toeval hem aan de hand gaf, hield zijn lans in de hoogte, en voorbij zijn tegenpartij rijdende, zonder hem aan te raken, wendde hij zijn paard, en reed naar zijn plaats terug.