Maar de Roode Zee is grillig en dikwijls zeer onstuimig, zooals alle lange, smalle zeeën. Als de wind, hetzij van den kant van Azië kwam of van Afrika, slingerde de Mongolia, het lange stoomschip, geducht, daar zij de zee dwars inkreeg. De dames verdwenen dan in hare hutten, de piano werd niet bespeeld en natuurlijk eindigde dan ook het zingen en dansen.

Ja, die man, die held is dat alles te gelijk!" 't Was bekend, dat Michiel de Ruyter een groot vriend was van de gebroeders de Witt. Hij liet dan ook niet na zijn afkeurend oordeel over den moord op deze beide mannen uit te spreken, wat hem door velen hoogst kwalijk genomen werd.

In verband met de verzinnebeelding van de nederdaling van den Logos is wederom een aanhaling uit de Geheime Leer ons zeer behulpzaam om ons te doen zien dat het Boek der Dooden ook van deze nederdaling verhaalt: "Er zijn vijf Krokodillen in den Hemelschen Nijl, en de God Toem, de Oergod, die de hemellichamen en levende wezens schept, doet deze Krokodillen in zijn vijfde 'schepping' ontstaan.

Zy houden bovendien veel, om hunne armen, de voorhand, en de beenen met armbanden van glaaze koraalen te vercieren; en elk volk heeft ten deezen opzigte die kleur verkozen, welke hy het meest bemint, en waar by zy ook be/tendig volharden.

Dank zij dit bondgenootschap, gelukte het echter der republiek, ondanks voorbijgaande moeilijkheden, haar onafhankelijkheid te bewaren, ook bij de menigvuldige oorlogen, die Turken en Hongaren met elkander voerden, en waarin zij meermalen dreigde betrokken te worden.

De inlandsche bediende was ongetwijfeld gevlucht, want als deze ook naar Ngala gebracht was, hadden John Cort en zijne makkers hem moeten zien, en zeer zeker zou hij anders vandaag ook wel in den koninklijken stoet verschenen zijn, misschien wel als Eerste Minister. In elk geval hadden de Wagdies dokter Johausen niet slechter behandeld dan Khamis en zijn reisgenooten.

Ik kom me bij u, over u beklagen, meneer van den Heuvel. Wat zal dat zijn? U weet wel, hoe ik 't afgekeurd heb, toen 'k merkte, dat u in uw roman "Eva", de geschiedenis behandelde van die ongelukkige vrouw, Marceline de la Mandara. Zeker, zeker, weet ik dat nog. En ook, dat ik u toen overtuigd heb van 't goed recht van 'n schrijver.... O, overtuigd hebt u me niet.

Blijft hopen en werken: en wat er ook gebeure, bedenkt dat je nooit geheel vaderloos kunt zijn." "Ja, Moeder." "Meta, lieve, wees voorzichtig, pas op de zusjes, raadpleeg Hanna, en wanneer je geen raad weet met het een of ander, ga dan naar mijnheer Laurence.

Zij gevoelde zich nog zoo'n kind, en zij was het inderdaad ook, maar de adat rangschikte haar onverbiddelijk onder de volwassenen.

Inderdaad, had ik u vroeger leeren kennen, ook zooals gij thans zijt, maar eer nog een ander mijne liefde wou en mijn woord van trouw erlangde, ik had misschien uwe genegenheid kunnen beantwoorden. Thans kan zij niet anders dan mij leed doen, ook terwijl ze mij vereert.