Hermod vertelde aan Mödgud de rede van zijn komst, en nadat hij zekerheid had gekregen dat Balder en Nanna vóór hem over de brug waren gereden, haastte hij zich verder, totdat hij kwam aan de poort, die belemmerend voor hem op rees.

Toch gelukte het haar het stilzwijgen te bewaren. Maar die verkropte toorn moest toch op de eene of andere wijze een uitweg zoeken, en terwijl de smart harer gepijnigde ziel haar hoogste punt had bereikt, vloeiden de heete tranen over haar wangen. Ook dit had haar tegenstandster opgemerkt, en haar daarom tot een mikpunt van haar geestigheden gemaakt.

Hij drong er bij de geleerden op aan, zonder resultaat natuurlijk, dat zij in hun handleidingen de grieksche en latijnsche termen door fransche zouden vervangen en algemeen verstaanbaar schrijven, gelijk hij zelf deed in zijn "Brieven over de elementen der botanie." Hij spoorde de leeken aan tot het aanleggen van herbariën, van gekleurde teekeningen voorzien, zooals hij die zelf vervaardigde.

Als zoodanig wordt zij door goden en menschen zeer hoog geëerd, ook Zeus zelf bewijst haar eerbied en laat haar soms over donder, bliksem en storm beschikken.

Toen kwam er een hevig gebrom, 't was of al de dieren elkaar om raad vroegen; maar eindelijk kwam de leeuw vooruit, om te zeggen, dat niemand van hen ooit een paleis ten oosten van de zon en ten noorden van de aarde gezien had. Toen zei het vrouwtje: "Jonge man, dan kan ik je ook niet helpen, maar honderd uren van hier woont mijne zuster, die koningin is over al de dieren in de zee.

Plotseling wordt de lucht donker, het weêr verandert; blauwgrijs wordt het uitspansel en in den regen loop ik de Odet over. Aan den anderen kant heeft men het land van Pont-Labbé en Penmarch, waar ik een bezoek zal brengen, vóór ik naar Quimper terugkeer. Vóór Pont-Labbé liggen de eilanden Tudy en Loctudy.

Door met een paar stukjes papier de overige deelen van de plaat te bedekken, houden we Lazarus alleen over en kunnen nu beoordeelen, of in hem uitgedrukt is, hoe het feit zich toegedragen heeft.

Onze wandelaar is al verder en verder doorgeloopen: hij komt aan eene brug die, welke over de Leliegracht ligt en staat eenige oogenblikken in twijfel, of hij verder gaan zal. Hij wacht, tot er iemand voorbijkomt, en vraagt: "is dat nog altijd de Keizersgracht, daar over die brug?"

Met harten vol verwachting staarden de Amsterdamsche kooplieden op de met gras begroeide straten; de winkeliers droomden weer van een rijk gewin; de handwerkstand hoopte op de dagen van vroeger toen er volop werk was; de Admiraliteiten keken over het ontzaggelijk hooge cijfer der genomen koopvaardijschepen heen en zagen in hunne verbeelding alweder de havens in een mastbosch herschapen.

Nieuwe rijkdom. De laatste overblijfselen. "Zij zijn in de lucht gesprongen!" "Ja, het is alsof Ayrton de lont in het kruit had geworpen!" antwoordde Pencroff, terwijl hij, gevolgd door Nab en Harbert, naar de opening snelde. "Maar wat is er gebeurd?" vroeg Gideon Spilett, nog ten hoogste verbaasd over deze onverwachte ontknooping.