Neen maar Nonnekens en Nonkes kunnen zeer goed afgeleid zijn van den oud-germaanschen, door Förstemann vermelden mansvóórnaam Nunno, Nonno, Nonne, Nunne, Nune, Nono. Deze naam komt, ook in verlatynschten form als Nonus, nog eene enkele maal in Friesland als mansnaam voor, en is dan ook in de bekende lijsten van friesche vóórnamen opgenomen.

Dan, keeren wij tot onze stoomboot terug! Eerst gaat het goed. Men komt vroolijk en luchtig, lustig, frisch en vatbaar voor allerlei soort van genoegens aan boord. Men blijft op het dek totdat de stad waar men afvoer uit het gezicht verdwijnt. Men vindt het genoeglijk naar den linker of rechter oever uit te kijken.

Je jongens? Denk je, dat wij ons beschouwen als.... Als.... Ze keken elkaâr aan en proestten het uit van het lachen. De kinderen van.... Van.... De edele Crispina!! schaterden zij het uit. Dondersche jongens! riep de dominus uit. Hoe weten jullie? Hoe we het weten....? Dat komt er niet op aan! Hoe lang weten jullie....? Hoe lang we het weten....? D

Hij komt vooral voor in de sage van Oedipus en zijne zonen, maar was toen reeds zeer oud, zelfs zeide men dat hij reeds ten tijde van Cadmus geleefd had.

Met vermetele kracht wierp hij het spit naar beneden, en riep met forsche stem: "Wit wit wit Hier komt een ijzeren spit." Woest ijlde Bles den berg af. Uit den kuil steeg de witte wive, haar klauwen uitgespreid, den mond wijdgeopend en onmiddellijk was ze achter den ruiter. De stormwind stak op en sloeg het graan naar beneden; de takken der boomen kraakten.

"Dat weet de hemel," zei meneer: "weken aneen komt hier geen levende ziel. En

Maar morgen zullen wij verder beraadslagen, want ge zult zien, dat gij het in de laatste dagen druk zult hebben; het voornaamste komt ons gewoonlijk het laatst in de gedachte. En nu, rust wel waarde luitenant! en droom niet te veel, over de Beni-Hassen en Fez. En na hen de hand te hebben gedrukt, verwijderde zich de kapitein lachend.

Inderdaad komt op alle punten alleen de Roewenzori overeen met de beschrijvingen der oude aardrijkskundigen.

Alleen vrouwspersonen van de soort als waarmeê zy te-doen had, konden ongeroerd blyven, by 't aanzien van Femke's smart. Maar de jufvrouwen Pieterse hadden burgerlyke zielen. Femke zou begrepen zyn geworden door lager gemeen, of door adel. 't Is met gevoel, als met het goud der speelbanken. Dat komt niet in aller handen. Daar zitten courtisanes en marquises naast elkaêr.

Wilt gij uitblinken, dan hebt ge je slechts te laten gaan en slechts alles te zeggen wat je maar in den mond komt; je onbesuisdheid zal doorgaan voor edele stoutmoedigheid. Al zou je ook honderd domheden debiteeren, als je maar een enkele geestigheid zegt, zal men je domheden vergeten. Men zal je gevatheid onthouden en men zal hoog opgeven van je verdienstelijkheid.