Hoe dit zij, het is hier genoeg, als wij vermelden, dat hij door zijne wijze van omgaan aan de vrienden aanvankelijk zeer goed beviel, en dat hij zich naar verschillende menschen en verschillende omstandigheden zeer goed scheen te kunnen schikken, daar hij te gelijk, als het ware onwillekeurig, op de eersten een heilzamen invloed uitoefende en van de laatsten de beste partij trok.

Zoo, nog half door nachtelijk duister omgeven, leek dit punt een uitgebreide ruïne van een oud kasteel. Aan den anderen kant van het schip passeerden wij drie andere groote rotsblokken, zoo zwart, als zwart maar zijn kan en die door de matrozen als het "eiland desertas" aangeduid werden. Geen menschelijk wezen woont er, nu en dan zoeken de visschers er tijdelijk een schuilplaats.

Hij twijfelt alleen die intelligente aap, of het wel goed gezien is van een stad als Florence, en wij kunnen er bij voegen een stad als Venetië en half-Rome, iets anders te maken dan wat zij noodlottig geworden is: iets als éen groot muzeum. Waar het Verleden rijk is geweest en vele sporen na liet, blijft de Toekomst ge-emailleerd met dat Verleden en waarom zoû dat niet mogen?

Het fransch-militair uniform, zoo onpraktisch voor den hedendaagschen oorlog, heeft wel de echte, wreede oorlogskleur. Wij zijn er traditioneel aan gewend geraakt door panoramavoorstellingen en door schilderijen. Die roode broeken en roode petten hebben de bloedkleur van het slagveld. De automatische duitsche soldaat geeft volstrekt niet dien indruk; dat is een operette-soldaat.

"Of ik mal ware," zeide Lodewijk: "kom over veertien dagen eens weer, dan zullen wij er nader over spreken." "Over veertien dagen," zeide Reynhove: "zullen de blessen wel denzelfden weg zijn opgegaan als de witvoet." "Dat ware altijd een laatste uitkomst," zeide Lodewijk, lachende: "ja! van dat ouwe dier ben ik zeker wél afgekomen." "Van den witvoet?" herhaalde Reynhove, met verbazing.

Wij zagen haar scherp afsteken tegen het licht, dat naar buiten scheen en daarna verdwijnen in de donkere schaduwen van het huis. Langen tijd was het stil en wij hielden onzen adem in. Daarna hoorden wij een zacht knarsend geluid. Het raam werd opengebroken. Het geluid hield op en weer heerschte er langen tijd stilte. De man was het huis binnengegaan.

Een krachtige zuidoostenwind bracht ons weldra in het gezicht der westkust, en om elf uur 's avonds voeren wij de Cooksbaai binnen, na om de Verraderskaap te zijn heengezeild, zoo genoemd door den beroemden engelschen zeevaarder, die er door de inboorlingen werd aangevallen.

Maar de arme dieren plaagden zich erbarmelijk, vooral in de eerste morgenuren, waarin ze nog stijf van den vorigen dag waren. Ook wij menschen hadden zwaar te trekken. En ik zag in, dat we bij deze manier van reizen zeer weinig zouden uitrichten.

Des namiddags kwam de gewenschte Zuid-Oost-Passaat zóó sterk opzetten, dat wij de hoop koesterden spoedig het vuur der machine te kunnen uitblusschen en verder te zeilen, maar meer en meer betrok de hemel, totdat hij geheel en al bedekt was met eene gelijkmatig grauwe wolk. Over de natuur van deze wolk zouden wij niet lang in de onzekerheid verkeeren.

"Wij kunnen hier geen goed meer doen," zeide hij: "alle man naar beneden en de poort verdedigd!" Op dit oogenblik kwam een monnik vervaard over den zolder aangeloopen: "de kerk staat in brand!" riep hij: "en de Hollanders zijn bezig het dak te beklimmen." Beide was waar!