"Ik heb op dit oogenblik geen andere gevoelens aangaande dit onderwerp te geven dan die reeds in sommige mijner geschriften zijn uitgesproken." Wat verstaat gij onder "sociaal-demokratische kijk"?

Het is waar, oude Machteld beweerde; "Hanna, ik ben nooit gehijlikt geweest, en ik heb er nooit over gekniesd; met Mei zal ik op het Hofje een kippetjes leven leiden, kind! wie wèl doet, wèl ontmoet," maar onze kennis, zij weêrlegde, noch zij beaamde die woorden. Zij beloofde slechts hare moederlijke vriendin trouw te zullen bezoeken, als deze op hare muiltjes zoude gaan.

In de straat van Rome, aan den hoek van een klein straatje, voor het huis van een Apotheker, zag ik, dat men bezig was om aan een fontein te werken, men had daar onlangs een wit marmer borstbeeld opgezet; het stond op een voetstuk van blaauw marmer, doch 'er was nog geen opschrift op; de gevel van het huis van den Apotheker, die met beeldhouwwerk versierd was, werd tevens opgemaakt.

Boven in het dorp sloeg het tien uur; ik hoorde schreden de trappen afkomen, langzaam en slepend, als van een oud man. Ik zag in de gang daar stond hij tegen de trapleuning; doodsbleek en nauwelijks herkenbaar was het schoone, levenslustige gelaat.

De kamer, waarin ik had zitten werken, kwam uit op een rechte, flauw verlichte gang, de eenige weg, waarlangs men zich uit de kamer kon verwijderen. De gang liep uit op een wenteltrap aan welker voet het kamertje van den bode was. Halfweegs deze trap is een kleine rustplaats, waarop een andere gang met een rechthoek uitkomt.

Of meendet gij alleen meer roem te behalen, dan onder mijne vlag?" "Indien ik mij deswege te verantwoorden heb, zal het aan mijne meesters de Heeren Staten zijn," zeide Tromp trotsch. "Daar zult gij gelegenheid toe hebben," hernam De Ruyter. "Ik heb Hunne Edel-Groot-Mogenden een getrouw verslag gezonden van het gebeurde, en U niet gespaard, evenmin als u, mijne heeren Zweers en Van der Zaan!"

Ik zweer, dat ik, zoolang mijn hoofd op mijn schouders blijft, nooit zal toelaten, dat de Moor u bezit. Vertel niet aan anderen, dat gij mij hier hebt gezien, maar verzoek den Sultan en uw moeder van avond een maal eten gereed te laten maken en naar het logement te brengen, en verzoek hun vooral mij overvloedig wijn te zenden. Intusschen zal ik de komst van den Moor in het logement afwachten.

Deze put was eene nauwe spleet in de vaste rots, van de soort die men "faille" noemt; het was duidelijk, dat zij ontstaan was door de samentrekking van het gebeente der aarde, tijdens hare afkoeling. Als zij vroeger tot een doorgang gediend had voor de gesmoltene stoffen door den Sneffels uitgebraakt, kan ik mij niet verklaren, waarom er geen spoor van was achtergebleven.

Ik antwoord: "Hij past op zijn spul". Vraagt gij of hij geregeld leeft? Antwoord: "Hij drinkt alleen op marktdagen en kermissen". Is hij een ophakker en een smijter? "Nooit als hij nuchteren is". Is hij eerlijk? "Hij melkt geen andermans koeien uit". Is hij barmhartig? "Hij is goed voor zijn beesten". Heeft hij zijn vrouw lief? "Der is geen beter keezer". Bemint hij zijn kinderen?

Maar heb ik aan den top geen opening ontdekt?" "Ja, de krater, die vroeger lavavlammen en rook uitwierp en waar nu de frissche lucht, die wij inademen, binnenstroomt." "Maar welke is die vulkaan?" vroeg ik. "Hij behoort tot een van de talrijke eilandjes, die in deze zee als gezaaid zijn. Hij is voor de schepen een klip, maar voor ons een groote grot.