Doch hoe, vroeg Siddha weder, na een oogenblik overdenkens, hoe kunt gij in zulke omstandigheden en als dat alles werkelijk zoo is, nog de dienaar zijn van een man, die, hoe beteekenend ook, toch den ondergang van ons vaderland gezworen zou hebben?

»Ongeveer drie voet," antwoordde Mars. »Drie voet?" vroeg de Floridiaan. »Drommels, dat zal er op sommige plekken knapjes om houden." »Denkt gij?" »Maar als gij ijverig het lood uitwerpen zult om het vaarwater niet te ontloopen, dan zult gij het Washington-meer wel bereiken." »Maar daar aangekomen," vroeg Edward Carrol, »op welken afstand zijn wij dan nog van het meer Okee-cho-bee?"

Drink, lieve heer Koning, drink! Maar de oude, zieke Koning, op den elleboog leunende en drinkende de schaal uit, kreunde: Keye, dat gij toch ontberen wilde van zoo kwade scherne te drijven met uwen armen Koning Artur, die hier ligt krank van weemoed om de dagen van Destijds, toen zoo vaak, voor noen of voor vespermale ridderlijk Aventuur zich kondde!

En gij hebt hem toen van mijn geval met den tijger van Gaurapada verteld? Ik geloof inderdaad van ja! En zeidet gij soms ook iets omtrent den kluizenaar en diens uiterlijk voorkomen?

"Mijn naam is geen hondsvot; ik heet Fulco, en ben dienaar van .... " "Loop naar den duivel!" bulderde Vianen woedend, terwijl hij dreigend zijne rijzweep ophief. "Sla mij niet, Heer!" riep Fulco hem met fonkelende oogen toe. "Die tijd is voorbij, dank zij onzen edelen Graaf Floris! Waag het niet, die zweep te gebruiken of ik vergeet, dat gij een edelman zijt!"

"O! Gij wilt hen laten vechten voor de kost! Een kostelijke inval!" roept Hare Majesteit uit. "Sir Guy Chester gebruikt niet alleen zijn zwaard, hij gebruikt ook zijn hoofd. Wat zegt gij er van, Burleigh?"

Wist gij, wat modderpoel van goddeloosheid en zedenbederf dat Parijs is, welks levenswijs gij uwe dochter wilt doen aanleeren! Beziet Hortense Spinael!

Net zoo dom als gij het nu nog zijt, vriendelijke lezers. Dan weet ge 't wellicht beter. Al uw opvoedkundige wijsheid is meestal domheid. En daaruit vloeien zooveel konflikten voort met uw jongens. Vader was dan een dier massa-paedagogen, die alles verbieden, toch alles laten gaan, in drift pakken slaag toedienen, en toch veel van hun schavuiten houden. De opvoeding is hun te machtig.

Neen, sprak Nele, dien leelijken landlooper zien wij nooit meer terug. Nele, antwoordde Soetkin, gij moogt niet kwaad zijn, maar gij moet hem beklagen, omdat hij niet bij ons is, de arme jongen! Ik weet het, sprak Nele, maar hij heeft elders een huis, verre van hier, een huis, rijker dan 't zijne, waar hij zeker door een schoone dame getroeteld wordt.

Wilt gij berouw hebben en zeggen, dat hij wel gedaan heeft? vroeg Treslong tot Uilenspiegel. Soldatenwoord is geen gulden woord meer, zeide Uilenspiegel. Steek het strop over zijnen hals, beval Lumey.