Bij het zien van den naam Augustin had ik bijna de plichten vergeten, welke mij dien dag aan mijn gasten bonden.

De auteur van een in Nederland uitgekomen werk zou dus gedwongen kunnen worden het bewijs te leveren, dat hij werkelijk auteur is, terwijl dit bewijs van den buitenlandschen auteur, wiens naam op het werk voorkomt, niet gevorderd zou kunnen worden.

Wie met den spoorweg of langs den weg van Logelbach in de stad komt, wordt aanstonds getroffen door de prachtige boomgroepen, perken en standbeelden van het zoogenoemde Marsfeld, dat vroeger een deel uitmaakte van den stadswal en zijn krijgshaftigen naam ontleent aan de omstandigheid dat hier vroeger de militairen exerceerden. Op het midden van het plein prijkt het standbeeld van generaal Rapp.

Samen trokken wij te velde tegen de vijanden van ons geslacht; samen verhieven wij het zwaard des woords, om den naam der voorvaderen te wreken en Vlaanderen op te heffen uit de vernedering.

Daarin ligt een klein eiland, door een steenen weg verbonden met het vasteland, en op dat eiland kan men een zeer oud dorp bezoeken, dat er moet hebben gelegen eer Spalato werd gesticht. Dat eilandje met de schitterende woningen is als een schilderij, en om de ligging en omgeving heeft men er den naam van klein Venetië, Piccola Venezia, aan gegeven.

Maarten, met Driekoningen-dag, enz. al zingende goede gaven by de huizen inzamelen. Ook noemt men den bode van het gerecht die de zettingen int, inhaalt, ophaalt, inhaait, hier en daar in de zuidelike gewesten de haaier, in oude spelwyze d'haeyere. Dit is de oorsprong en de beteekenis van den naam D'Haeiere.

Donia, Hania, Harinxma. Dikwijls zijn die namen in spelling en form een weinig veranderd van den oorsponkeliken form, die nog voor den naam van 't oorspronkelike geslacht in gebruik bleef; b. v. De form ing, om patronymika van mansvóórnamen te maken, is de oudste en eenvoudigste. Men kan dezen form de normale noemen. Hedendaagsche nederlandsche geslachtsnamen die dezen form vertoonen, zijn b. v.

Dit plotselinge ophouden, nog meer dan het plotselinge begin, toont, dat Kielland eigenlijk niet bezat, wat men wel de dichterroeping noemt, den inwendigen drang, om zich te uiten, om iets schoons voort te brengen. En nog minder de ijdelheid, om zich een naam te maken. Zeer groote gaven had hij, maar om hem tot dichter te maken, was er nog een ding noodig.

Onder den naam van Vuurlanders verstaan wij thans alleen de bevolking van den archipel van Kaap Hoorn.

Men ziet het vurigst paard in stap, Het traagste ook soms in galop: Vaak zet de nar een monnikskap, De monnik 'n zotskap op. Oud Lied. Toen de nar, in de kap en het gewaad van den heremiet, en zijn koord met knoopen om het lijf geslingerd, voor de poort van Front-de-Boeuf's kasteel stond, vroeg hem de wachter naar zijn naam en zijn boodschap.