Geheel vrij geworden van de oude vormen, die aan de vorige tijdperken eigen waren, gelijken de planten en dieren zóózeer op die van onzen tijd, dat men terecht heeft kunnen zeggen, dat wij nog altijd in de tertiaire periode leven.

Zeker behelzen de verhalen, welke wij hierover in oude schriften vinden, zulke zonderlinge en vreemde dingen, dat wij ligtelijk in verzoeking geraken, om geheel de zaak als logenachtig te verwerpen. Zelfs is het zoo bewezen niet, dat het werkelijk de overblijfselen van NICOLAUS geweest zijn, die men naar Apulië bragt.

In den jaare 1672, wanneer Louis de veertiende, Koning van Vrankryk, trachtende na het Oppergebied van geheel Europa, en reeds zulks in 't werk stellende, het niet voor 't geringste gedeelte van zyne uitvoeringen achtede, de zeven Vereenigde Nederlanden alvoorens af te loopen, om onder zyn geweld te brengen; en Friesland, een gedeelte daar af zynde, na de gelykheid van de leden van het zelve ligchaam, kon hier niet ongevoelig van zyn.

Waarschijnlijk werd het in 1577 door de inwoners geheel afgebroken; de plek, waar het gestaan heeft, valt niet met zekerheid aan te wijzen. Of de eerste nederzetting om het slot gevestigd werd in de "schoone hoven" van het kasteel, zoodat de plaats daarnaar haar naam ontving? Wij durven het niet verzekeren, maar het lijkt niet onwaarschijnlijk.

Wat de Heere Jezus en na Hem de apostelen geleerd hadden, werd geheel vergeten. Het Woord van God was aan de meeste Christenen onbekend. De priesters, die het volk moesten leeren, wisten er zelf zoo goed als niets van. En als de menschen 's Zondags in de kerk zaten, werden ze niet zooals wij uit den Bijbel onderwezen, maar kregen ze allerlei fabelen te hooren en legenden van zoogenaamde heiligen.

Terwijl de tweede verdieping nog geheel onafgewerkt is, bevat de derde, die twee jaren geleden voltooid werd, de bijzondere vertrekken van Koning Lodewijk II: in de eerste plaats verschillende antichambres en twee vestibulen; de grootste dezer vestibulen geeft toegang tot het kabinet, de kleine grot en den salon; de andere, tot de eetzaal, de slaapkamer en de kleedkamer.

Maar op eens hoorde hij een paar knallende schoten, en zag eenige witte rookzuiltjes opstijgen. Onder de vogels ontstond onrust en rumoer. "Schutters! Schutters! Schutters in booten!" riepen ze. "Vlieg hoog! Vlieg weg!" Toen zag de jongen eindelijk, dat ze nog steeds over de zee vlogen, en dat ze in 't geheel niet in den hemel waren.

Wanneer zij eenmaal in een boomgaard geweest zijn, kan men er staat op maken, dat zij telkens zullen terug komen, zoolang er nog kersen te vinden zijn; hoe men ook moge geraas maken, ratelen, met de zweep klappen of fluiten, men zal ze niet geheel kunnen keeren; aan alle verschrikkingsmiddelen, waarover men beschikt, geraken zij gewoon.

Den Zondag placht Frank geheel en al door te brengen ten huize van Sir Archibald.

En werkelijk daar in de verte stonden vijf menschen! Eskimo's! Nu hadden wij al steeds wijd en breed over de Eskimo's gepraat, maar we hadden het op allerlei gronden voor heel onwaarschijnlijk gehouden, dat we met hen zouden samentreffen. We hadden al eind October, en dachten dus, dat we er dit jaar niet op behoefden te rekenen en zoo waren ze ons geheel door het hoofd gegaan.