"Wel, ik had er aan moeten denken dat je in de provisiekast zoudt zitten," zeide zij. "Wat heb je daar gedaan?" "Niets, tante." "Niets? Kijk eens naar je handen en je mond! Waarom kleven die zoo?" "Dat weet ik niet, tante." "Nu, ik wel. Er zit gelei aan. Heb ik je niet honderdmaal gezegd, dat je voor de broek zoudt hebben, als je gelei snoepte. Geef mij die roede eens aan."

De tafelorde was verbroken; Go snoepte klontjes suiker, en wierp er ook den hond van in den geopenden bek; Lou en Coba liepen arm in arm den kant naar Endegeest op, vanwaar 'n geheimzinnig, triestig gezang opklonk; de anderen stonden en hingen over de stoelen te overleggen, wat nu. "Ik ga dadelijk terug," zei Lize. "Je hadt gezegd, dat 't maar 'n uurtje duren zou en 't is kwart voor twee."

Meijer, 't eerst klaar, belikte 't bord met z'n strakspannen vinger, Bekkie in grappig beweeg doormorste 'r kom. 't Werd stil bij het tikkend scheppen der lepels, maar Jaantje, bang voor Meijer die slùw van 'r snoepte, wegtrok 'r bord dat 't glee van de tafel en viel op 'r rokje. Hard klonk 'r gehuil en heftig van woede sloeg ze den jongen in het gelaat. "Nou! Nou! Is 't uit!", dreigde Mijntje.

Om op de hoogte te blijven der jongste wetenschappelijke gegevens, las hij geregeld populaire tijdschriften, want in zijn vak was er voortdurend nieuwigheid en vooruitgang. De belangwekkende beschouwingen werden gewoonlijk in den winkel gehouden. Marieken bewonderde haar echtgenoot en snoepte onderwijl drop, de dames Kauwden jujube, en de heeren rookten hun sigaar.

Antoine en Marieken gingen vrijend wandelen in den valavond, zoohaast de winkeldrukte voorbij was. In den loop van den dag wipte Marieken, dikwijls, onder een of ander voorwendsel, in De Gaper binnen. Zij was verzot op drop, snoepte regelmatig aan den bokaal "jappekens", in de buurt als de beste befaamd.

O, wat zijn ze zoet! sprak ze met eene kinderlijke verrassing en ze snoepte er van, terwijl hare lippen en hare handen zich blauw vlakten met het sap des besjes. Proef eens, mr. Westhove. Hij proefde ze uit hare kleine, zachte hand, nu bezoedeld als met een violet bloed. Het was waar, ze waren heerlijk zoet en zoo groot!

Bij het deurgat, nog in den lichtcirkel, keuvelden Don Juan en Consuela; zij snoepte almaar door gebrande boontjes uit haar zak en knabbelde die op tusschen het praten door. Maar, van het licht af, in den donkeren hoek, zaten de drie vrouwen; de roode tricot van Carmela was er stil kleurend midden in het zij-zwart der japonnen. Zij sprak weinig, nu en dan een woordje met de Andaluze.

Hij liep maar al te dikwijls het bosch in, en snoepte een haasje of een jong korhoen. De hond was klein en zwart, met gele borst en voorpooten. Hij heette Karr en was zoo slim, dat hij alles begreep, wat de menschen zeiden. Terwijl de boschwachter hem door 't bosch bracht, wist hij heel goed, wat hem te wachten stond. Maar dat mocht niemand aan hem merken.

Zij overwonnen heldhaftig met kauwen 't weerspannige vleesch en verklaarden dat het heel lekker was. Alleen Elsatje vond het wat taai en snoepte maar liever uit haar bonbondoos. Zal je ons dus gauw over het hondje schrijven? vroeg de generaal, haar zacht blond hoofdje aaiend. Elsatje, den mond vol met zoetjes, beloofde 't plechtig.

Maar Dik was meer dan kwaad, want hij dacht, dat vrouw Smul er van snoepte. En in zijne boosheid gaf hij een geduchten duw tegen den bodem van de doos, zoodat neus en kin van de baker in een oogwenk tot in het hart van de taart doordrongen. En toen vrouw Smul die lichaamsdeelen weer uit hun ontijdig graf had opgedolven, zaten zij dik in de room. Zij leken wel roomhorentjes.