Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 21 oktober 2025


Dat was voor Jenneke altijd een teeken om hem maar stil met rust te laten. De wind kwam uit 't Zuidwesten opzetten. Met den rug daarheen gekeerd, achter zijn kar, streek hij een lucifer aan tegen den binnenkant van zijn jas. De wind blies 't vlammetje uit. Weer een aangestoken, nog een, nog een. 't Ging niet, hij moest 't opgeven.

Treite draaide den arm al onder weg en gooide den zak over de ton, hij zelf hoorde den lichten plof Manes merkte niets. Aan de derde lanteern moet ik er af. Tot de naaste reis. Lijk we gezegd hebben, jongen. Manes hield de honden in en Treite wrocht met moeite de beenen uit de kar.

Ja, daar ging het deksel weer open en stapte hij op de trede. Een oogenblik later verdween zijn bovenlijf in de kar. Zie, hij moest zelfs op de teenen gaan staan, om in alle hoeken te kunnen komen. Dit oogenblik had Bob afgewacht. Vlug als de wind gaf hij den braven man een duwtje en, o heden, wat was het een bespottelijk gezicht daar duikelde de bakker voorover in zijn wagen.

De menschen droegen onder schertsen en juichen water en brandhout, en alles, wat op de kar geladen was, in het grootste huis, en spoedig kwam er rook uit den schoorsteen. En toen zetten de veehoedsters, de herdersjongen en de volwassen knechts zich neer om een platten steen buiten, en begonnen te eten.

Met wijd-uitgestrekte beenen zat hij uit te kijken of zich ook iets verdachts opdeed. Genoeg dorpsgenooten waren genegen hem den tocht te bemoeilijken, wanneer ze wisten dat hij een "Coksejaanschen" dominee vervoerde. En de dominee kon, achterin gezeten, niet gezien worden, maar evenmin zelf iets zien dan het inwendige van de kar en den rug van zijn vriend.

Zacht trok Gavroche de kar achteruit en den Auvergner vooruit, namelijk bij de voeten en na een minuut lag de onverstoorbare Auvergner plat op de straat. De kar was nu ledig. Gavroche, die gewoon was op alle wijzen aan het onverwachte het hoofd te bieden, had steeds allerlei dingen bij zich.

Tholomyès, die nu eenmaal aan 't doordraven was, zou moeielijk in zijn vaart tegengehouden zijn geworden, zoo niet juist op dit oogenblik een paard op de kade gevallen was. Door den schok bleven kar en redenaar steken. 't Was een oude, magere knol, juist voor den vilder geschikt, en die een zeer zware kar trok. Voor Bombarda gekomen, wilde het ros, dat vermoeid en uitgeput was, niet verder voort.

Op deze kar lagen drie tonnen met kalk, welke zij onder hoopen straatkeien hadden begraven; Enjolras had het kelderluik opgelicht, en al de ledige fusten van madame Hucheloup waren naast de tonnen met kalk gelegd; Feuilly had met zijn vingers, gewoon de fijne waaiers te schilderen, de tonnen en de kar met zware brokken steen vastgezet, die eensklaps, men weet niet van waar, te voorschijn waren gekomen.

Zeker kon men echter overtuigd zijn dat hem deze nachtelijke tocht, in zulk een weder, niet beviel. Niemand sprak verder. De regen viel gestadig bij stroomen neder en had den weg schier in een modderpoel veranderd. De kar schokte geweldig, en het arme paard, telkens voortgezweept, scheen bijna niet meer in staat, zijn vreemde vracht voort te sleepen.

Na een reis van zeven-en-twintig dagen kwam hij hier aan, op een kar, met de keten aan den hals. Te Toulon werd hij in het roode buis gekleed. Alles wat zijn leven was geweest, werd uitgewischt, zelf zijn naam; hij was niet meer Jean Valjean; hij was nummer 24601. Wat werd er van zijn zuster? Wat werd er van de zeven kinderen? Wie bekommert zich hierover?

Woord Van De Dag

aandoening

Anderen Op Zoek