Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 21 oktober 2025
Wat moet ick nogh meer observeeren? M. A. Gy moet ock observeeren, hoe de raeten staen van den bye die gy op de kar steldt, want volgens de raeten moet den bye noetsaekelyk op de kar gestelt worden, opdat de raeten en den honingh niet quetsen. D. Vr. Wat doen ick is het saeken dat de byen vol raeten en honingh syn?
Teunis had naderhand begrepen, dat die voerman maar iets gepraat had om hem op een dwaalspoor te brengen, daar de kar den volgenden dag door een dorp in de tegenovergestelde richting was gereden. Hoe 't zij, Marie was door den braven Claas en zijn vrouw als kind aangenomen en opgevoed, en algemeen was zij, sedert haar komst in het dorp, onder den naam van Wiege-Mie bekend.
Hij bleef aarzelend staan bij een kar waarin warme, lekker riekende brooden gegooid werden, en toen knielde hij snel neder en begon te rooven. Hij ledigde de kar terwijl de bakkersknecht de politie ging halen en toen kwam zijn groote hand den winkel binnen en veegde den toonbank en de kisten ledig.
Het was niet van vrouwestem.... En met een wending van den weg werd zichtbaar een kar, getrokken door een armzalig paard en dat een dwerg geleidde. Het paard waren ooren en staart af gesneden en in de kar lag een half naakte ridder, gebonden handen en voeten en hij was het, die kermde en kreunde... De Kar! riep Gwinebant, hevig ontsteld. De Kar! riep ook Lancelot in grootste ontroering.
Daar de kar zich in beweging zette, liet hij weer stilhouden. Ik ben aan een mantel begonnen voor luitenant Sulimoffsky en u heeft mij twee roebels gegeven; ik heb voor anderhalven roebel knoopen gekocht en den halven roebel heb ik in mijn beurs met de knoopen. Geef ze hem terug. Goed, goed, antwoordde ik. Beterschap, broeder! Hij antwoordde mij niet; de kar zette zich in beweging.
Ik dacht dat de armen altijd met een kar gingen?« »Als ze ziek zijn, juffrouw Mann,« zei de bode. »De zieke armen leggen we op open karren in den regen, om te zorgen, dat ze geen kou vatten.« »O!« zei juffrouw Mann. »De diligence, die weer terugkomt, neemt deze twee mee voor weinig geld,« zei Mr.
Dan was er telkens weer dat oogenblik van akelig-doodsche stilte, alsof nu 't laatste leven in de vernielde stad was weggezweept, maar weldra kwam er opnieuw een vage stommeling en beweging; men hoorde vlugge voetstappen voorbijrennen, men hoorde het geratel van een kruiwagen of kar en enkele menschenstemmen, die elkaar iets toeriepen.
Lamme, sprak Uilenspiegel, er ligt een volle weitasch in de kar, gij zult dus niet sterven van honger, als gij van hier naar Koolkerke gaat, alwaar ik bij U kom. Gij moet er alleen zijn, want daar zult gij vernemen naar welke windstreek gij u richten moet, om uwe vrouw te vinden. Luister. Gij rijdt stapvoets naar Koolkerke, op drie uren van hier.
Iets dat leefde en dat maar aanhoudend van bè! en mè! riep. 't Waren.... de geit en het schaap, die Tom den boer op zoo'n slimme manier had afgenomen. Met het paard had hij ze uit den stal gehaald en op de kar geladen. En achteraan de kar was de os vastgebonden, de os van den boer. En nu weet je ook, waar de reis 't eerst naar toe ging: de boer zou zijne dieren terug hebben.
De Kar, waarop Gawein lag te kermen en te krimpen, werd onder de breedtakkige linde getrokken en allen om Gawein heen wrongen de handen want verlost kon hij eerst worden na twaalf uren zonder levensgevaar voor hem en zijn bevrijder.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek