Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 1 oktober 2025


Dan voel ik door mijn ziel een glimlach beven Als 't zilveren rimplen op een donkren stroom, Omdat ook mij de rust wordt weergegeven En alles eindigt in een schoonen droom. En de even-weemoed van het jaarversterven Is als de toon van een oud instrument, Die, als het zelf reeds zwijgt, blijft éven zwerven En stijgt de lucht in, waarheen onbekend.

Zij slaakte een gil, maar kort; hij drukte haar de handen op den mond en kreet dof: "Zwijgt, of ik vermeurd ou!" Zij viel in onmacht, zijlings tegen 't bed, dat vaag-wit schemerde in een hoek. Hij knarsetandde, grinnekend als een sater, van woest genot en wraak....

Alles zwijgt tegelijk, en als men opmerkzaam toeluistert, hoort men zoo nu en dan 't geritsel van den wind in het gebladerte der boomen van het plein, of 't zacht geklots van het water tegen den oever, of den doffen bons van een boot tegen de steenen kade.

Hij bedwong zich even ras en ging morrend uit de kamer, alsof hij onwillig iets van het groote geheim had laten ontsnappen ... Gij zwijgt, Dakerlia. Begrijpt gij niet wat ik zeg? Immer dit treurig droomen!" "Ik begrijp", antwoordde jonkver Wulf. "Ach, indien mijn goede vader nog leefde! Hij wiens heldenmoed men roemde! Maar hij kan de vrijheid niet meer verdedigen; hij ligt in het koude graf."

Alleen Bragi blijft bij Idoena achter en zwijgt als zij: de vogelenliederen zijn verstomd. De goden zaten nog aan den maaltijd, verlangend te weten hoe het naderende onheil kon worden afgewend, en Wodan vroeg nog één nacht te beraden. De zon daalt achter de bergen, waar reeds koude nevel hangt, zwijgend gaan de goden uit elkaar.

Een oogenblik zwijgt de jongeling, maar een aanmoedigend: "Kom jongen, spreek! Wat drukt je?" doet hem moed vatten en blozend zeggen: "Augusta!" Even, bijna onmerkbaar, glijdt een fijn lachje over het gelaat van den dokter en een zeer zacht "Aha!" ontglipt zijn mond. "'k Heb haar lief, o, zoo lief!" zucht Dorus, en droef laat hij er op volgen: "maar zij mij niet.

't Is, alsof sommige menschen een wezenlijk dierlijk instinct bezitten, zuiver en onbedorven als ieder instinct, dat sympathie en afkeer schept, vaak op jammerlijke wijze het eene karakter van het andere scheidt, dat nooit aarzelt, nooit zwijgt en zich nooit verloochent, dat helder in zijn duisternis ziet, dat onbeperkt heerschend, weerspannig tegen alle vermaningen van het verstand en de lessen der rede is, en dat, in welken vorm de omstandigheden zich ook voordoen, heimelijk den mensch-hond voor de tegenwoordigheid van de mensch-kat waarschuwt, en den mensch-vos voor den mensch-leeuw.

Was die ook de verheffende kracht van zijn leven geweest? Had die vleugels gegeven aan zijn kunstenaarsziel? Had die hem de armen en onderdrukten doen liefhebben? Bezielt die liefde hem, zoodat hij voelt dat hij een kunstenaar, een apostel is, en niets te hoog is voor hem? Daar hij nog steeds zwijgt, denkt zij, dat hij zich misschien niet wil binden aan haar.

De brugwachter leunt, als een mandataris in het volle besef van zijn verantwoordelijkheid, tegen de leuning; hij zwijgt en wacht op wat de schipper zal verkiezen te doen, die zijn schuit met de plechtige langzaamheid van een voorvaderlijke schildpad doet voortschuiven. Die brugwachter was inderdaad op zichzelf een echt hollandsch poëem.

In de kooi zingt hij bijna gedurende het geheele jaar; in de vrije natuur zwijgt hij alleen in den ruitijd en bij ongunstige weersgesteldheid.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek