Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 29 oktober 2025


Trekt voort! Rome. Het voorplein van Titus' huis. Tamora, Demetrius en Chiron komen op, vermomd. TAMORA. Aldus, in deze vreemde, somb're dracht, Bezoek ik Andronicus nu, en zeg, Dat ik de Wraak ben, uit de hel gezonden, Om voor zijn jammer met hem recht te doen.

Heet dit bedrog, dan word ik eerlijk man, En nimmer zal ik zoo een mensch bedriegen; Doch u bedrieg ik op een and're wijs; En geen half uur zal om zijn, eer gij 't zegt. TITUS. Uit hebbe uw twist; gedaan is, wat te doen was.

Toen Titus Gisippos zoo hoorde spreken, deed zooveel als de bedriegelijke hoop, die hij hem gaf, hem verheugde, de juiste reden hem zich schamen en hij vond, dat hoe grooter de edelmoedigheid van Gisippos was, het voor hem ongepaster was daarvan gebruik te maken. Hij antwoordde klagend aldus: Gisippos, uw grootmoedigheid en ware vriendschap toont mij klaar genoeg, wat ik moet doen.

Kwam het daardoor, dat men gedurende deze periode weinig of niet toekwam aan het opkomen voor de Joden? De Hervormde Raad voor kerk en school adviseerde de schoolbesturen, hieraan op geen enkele manier medewerking te verlenen. Ook de grote schoolorganisaties weigerden elke medewerking. a. Op 19 januari werd. prof. Titus Brandsma gearresteerd.

TITUS. Publius, hoe is 't? en heeren, spreekt, hoe is 't? Spreekt, hebt gij haar gevonden? PUBLIUS. Neen, oom, doch Pluto laat u zeggen, dat De hel de Wraak u toezendt, als gij 't wilt, Maar de Gerechtigheid zooveel te doen heeft, Hetzij bij Jupiter omhoog, 't zij elders, Dat gij op haar een poosje wachten moet. TITUS. Hij krenkt mij, door met uitstel mij te paaien.

Alerbus is geslacht; Zijn ingewanden voeden 't offervuur; De rook doortrekt, als wierook, reeds de lucht. 't Begraven onzer broeders bleef slechts over, Die luide in Rome een strijdroep welkom heet'! TITUS. Zoo zij het, en dat Andronicus dan Zijn laatst vaarwel aan hunne zielen richte!

Gisippos zag, dat dit Titus was en begreep wel, dat die het tot zijn redding had gedaan, dankbaar voor den hem bewezen dienst. Daarom zeide hij schreiend van aandoening: Varro, ik heb hem werkelijk gedood en het medelijden van Titus komt te laat om mij te redden.

Titus Salt heeft zich evenwel niet met deze persoonlijke voordeelen tevreden gesteld: hij heeft al zijne gaven en vermogens, zoo geestelijke als stoffelijke, ook gebruikt om het geluk en de welvaart zijner arbeiders te verzekeren, en om den bloei te bevorderen der stad Bradford, wier voorspoed zoo nauw met zijne industrie verbonden was.

MARCUS. Zij weent wellicht, wijl zij haar gade doodden, Wellicht ook, wijl zij hen onschuldig weet. TITUS. Zoo zij uw gade doodden, wees dan blijde, Dat nu de wet zich met de wraak belast. Neen, neen, zij deden zulk een wandaad niet; 't Leeddragen van hun zuster tuigt voor hen. Lavinia-lief, laat mij uw lippen kussen, Of zeg door teekens, hoe ik troosten kan.

Nele stond naast hem en hitste tegen den ooievaar Titus Bibulus Snuffius op, die beurtelings vooruit en achteruit sprong en kefte. De ooievaar stond, op één poot, hem ernstig te bezien, met zijn langen hals in de pluimen zijner borst. Als Titus Bibulus Snuffius hem zoo vreedzaam zag, kefte hij nog meer.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek