Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 2 december 2025
Ik heb een onedele hand op de schouder mijns ouden vaders zien vallen. Zij zal erop blijven of ik sterve de dood!" In zijn loop rukte hij de helmbijl met geweld uit de handen van een soldenier . Een akelige gil ontvloog de bijzijnde ridders en allen trokken hun degens; want zij dachten dat het leven der Vorsten in gevaar was. Weldra verging die vrees; want de slag van Robrecht was gegeven.
Rijkaard en de zijnen zijn machtig bij den graaf en hunne hulp is ons meer waard dan duizend zwaarden." "Zoo? heeft mehr Robrecht Sneloghe dan eindelijk toegestemd?" vroeg Matfried Wegel. "Hij scheen van dit huwelijk niet te willen hooren."
Niet omdat de laatste woorden van mher Vos haar verschrikten; want zij kende hem als een grootspreker wiens overdrevene woorden en wiens bedreigingen weinig te vreezen waren; maar hij had haar iets gezegd dat haar als eene angstwekkende veropenbaring had getroffen. Robrecht Snelhoge! Disdir had deze beschuldiging ongetwijfeld op een ijdel vermoeden gegrond; de schijn had hem bedrogen?
Gansch in witte zijde was zij gekleed. Men zou gezegd hebben dat zij insgelijks tot het aanvaarden van dit huwelijk zekeren dwang onderging, of, ten minste, met volledige onverschilligheid zich aan den wensch harer ouders had onderworpen; want zij antwoordde slechts met korte bevestigende woorden op de hoofsche gezegden van Robrecht, en haar gelaat, alhoewel het geene teekens van ontevredenheid toonde, bleef onbewogen en koel.
Hij handelt op bevel en met goedkeuring van Willem Van Loo, zegt hij, en indien dit waar is, wat kunnen wij tegen den wil van dengenen die in den Hoop tot graaf van Vlaanderen werd verheven?" "Maar het is niet waar, het is eene snoode logen!" kreet Robrecht met verontwaardiging. "Burchard bedriegt ons." "Hoe kunt gij het weten, neef?" antwoordde de proost met een treurig schokschouderen.
Daarom evenwel moogt gij mij niet weigeren den brief aan Willem Van Loo af te geven. Hij kan dan nog beslissen wat hij wil." "Inderdaad, oom. Ik zal doen wat de heer proost verlangt." "Hij verzoekt u daarenboven zijne voorstellen bij Willem te ondersteunen en alle mogelijke pogingen aan te wenden om hem te doen aanvaarden." "Dit kan ik niet", zeide Robrecht ontevreden.
Robrecht drukte de jonge Gwyde met tederheid op zijn hart: dan wendde hij zich tot zijn andere broeder, Jan van Namen, en na dezelve omhelsd te hebben sprak hij: "Mijne heren, ik zou mij om hoge reden niet bekendgemaakt hebben, maar het wordt mij een plicht u iets te zeggen dat uw besluit moet doen veranderen.
Een huisschalk hield hem terug, onder voorwendsel dat de heer proost bevolen had niemand tot hem toe te laten, wie het ook ware. Hij was zeer aangedaan en bedrukt, en wilde alleen zijn. Maar Robrecht, daarop geene acht slaande, stiet de deur eener zaal open en verraste zijnen oom, waar hij met het hoofd op de beide handen voor eene tafel zat.
"Wilt gij zwijgen of oogenblikkelijk deze kapelle verlaten?" vroeg hem mher Sneloghe. De poorter toonde zich nog onwillig. Op een teeken van Robrecht grepen de beide wapenlieden te gelijk hem aan en rukten hem naar de deur, ondanks zijnen tegenstand. "Weigert hij den burg te verlaten, men voere hem naar het Gijselhuis in den kerker!" riep Robrecht.
"Blijft maar op den edelmoed der Isegrims hopen, en den eenen of anderen dag zullen de Kerels ontwaken met de keten der slavernij aan de beenen. Gij zult verwonderd staan, woedend worden misschien; maar dan zal uw beschuldigend geweten u toeroepen: te laat! te laat!" "Burchard heeft gelijk!" riep Robrecht Sneloghe met eene uitdrukking van verontwaardiging.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek