Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 2 december 2025


"Gesneuveld zal hij niet zijn, Robrecht, mij dunkt dat ik zijn groene veder daar even tussen de bomen van het Neerlanderbos nog gezien heb. Gewis jaagt hij nu de overige vijanden na; gij hebt gezien met wat onweerhoudelijke drift hij steeds te midden der Fransen zich begaf. Vrees niet, God zal niet gedoogd hebben dat hij stierve." "O Gwyde! Spraakt gij waarheid!

Zijnen moed te zamen rapende, sprong Robrecht met eene breede schrede over de gruwelijke vlek, beklom de trap en ging in de kapelle.

Zoo vroolijk koutende en dankbaar juichende over de onverwachte verbetering van den toestand des zieken ridders, wandelden zij eenige malen rondom de Markt, totdat Dakerlia, ondanks het aandringen van Robrecht, huiswaarts wilde keeren.

Nu is men bezig, op vijftig plaatsen te gelijk, met de zakken meel te lossen; het zijn kleine zakken ... want elk man loopt weg met zulke zakken op de schouders. Wat mag dit beduiden?" "Weet gij het niet?" kreet Hacket. "Het zijn zakjes aarde om de grachten te vullen. Kom, kom, Robrecht! Geen twijfel meer. Wij zijn bedreigd met eene geweldige bestorming.

Robrecht, ik herdenk dat ik veroordeeld was tot eeuwige treurnis; dat ik, tot bij het graf, eene andere vrouw haar geluk moest benijden ... en nu, zoo onverwachts zal ik uwe bruid worden; geenen enkelen dag zonder u te zien, u te hooren ... leven in uwe zoete liefde!...Soms nog beef ik. Ach, zooveel geluk in eens, het verschrikt mij!

Hij hief het hoofd op en zag met verrassing Dakerlia en Witta aan zijne zijde staan. Hij sprak met hen door treurige blikken en stomme gebaren, want, om de stilte niet te storen, durfde niemand hunner iets zeggen. Robrecht trok twee stoelen bij, en Dakerlia en zijne zuster knielden nevens hem met saamgevoegde handen.

Dan wendden de proost en de kastelein zich weder tot andere Kerels, die opnieuw zich onwillig toonden en tegenwerpingen maakten. Robrecht, in gedachten naar beneden kijkende, bemerkte en herkende den verrader Disdir Vos die, eenigszins verstout, bij eenen doorgang van den dam een paar stappen was vooruitgetreden en spotlachend tot hem opzag.

"Maar," hernam Robrecht, "indien een man, om mij te verdedigen, zijn leven waagde, zoudt gij die ook niet beminnen?" "Zeker ja," was het antwoord, "en ik zou hem daarvoor eeuwig dankbaar blijven." "Welnu, mijn dochter, een ridder heeft uw vader tegen een vijand verdedigd en is dodelijk gewond." "Och God!" galmde Machteld uit. "Ik zal veertig dagen voor hem bidden en dan nog, opdat hij geneze."

"Neen," riep Robrecht nogmaals, "de Leeuw van Vlaanderen bijt, maar streelt niet. God alleen, en gij Vader, hebt mijn hoofd gebogen gezien en ik bid de Heer dat hij, onder zijn bliksem mij verplette, indien ik voor een ander mens op aarde buig."

Dit weet gij ook wel." "Wat doet dit?" viel De Chatillon spijtig uit. "Een ridder betrouwt zich op behendigheid en moed, en niet op zijn lichaam." "Gij hebt gelijk, mijn broeder: een ridder mag voor niemand wijken; maar het is beter zich niet onbezonnen bloot te stellen. Ik zou in uw plaats de grammoedige Robrecht hebben laten zeggen.

Woord Van De Dag

spoorwegtarieven

Anderen Op Zoek