Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 20 oktober 2025


Eeuwig jong, eeuwig schoon waart ge en vriendelijk als de oogen der moeder, die naar haar kind ziet. Zacht als jonge eekhorens sloegt ge de armen om den hals van den man. Nooit beefde uw stem van toorn, nooit werd uw voorhoofd gerimpeld, uw zachte handen werden nooit ruw en hard. Gij zachte heiligen, als versierde beelden stond ge in den tempel van het tehuis.

Frits Jansen had inderdaad, op een verhooging gekomen van het volgende terrein, de vreeselijke kloof ontdekt, die zijn weg versperde, de laatste bloeddrup was uit zijn gezicht geweken, en de sterke Boerenzoon, die nog nooit had gebeefd, beefde thans. Was het te verwonderen, dat hij, huiverend voor den doodelijken sprong, den teugel wendde?

De gevangene beefde evenwel, en verbleekte, toen zij een voetstap op de trap hoorde, de deur van het torentje langzaam geopend werd, en een groot man, gekleed als een dier bandieten, aan wie zij hun ongeluk te wijten hadden, zachtjes binnentrad, en de deur achter zich toe deed.

Hij zelf ging zien of zijn broeder nog niet vertrokken was en wij zonder gevaar ons op zijne boot konden inschepen. Ik moet bekennen, dat de tijd, dien Bob wegbleef, mij lang, ontzaglijk lang viel. Wij spraken niet; wij hoorden op korten afstand de golven breken op de kust met eene eentonigheid, die onze ontroering nog verhoogde. Mattia beefde even erg als ik.

"Nu, kind! van avond vergulden, hoor! Hildebrand mag je komen halen als hij pleizier heeft; en dan moet hij wat vroeg gaan, dan kan hij nog reis mee trekken om 't langste brok. 't Zijn waarlijk goeie menschen, Hildebrand! heel ordentelijk. Je hebt gisteren Saartje gezien. Henriet" vervolgde hij, met de oogen pinkende "Henriet mocht willen dat zij er zoo uitzag!" Henriet beefde.

«Wij zullen onzen vader met onze mooie vangst verrassen» zeiden zij onderweg, want het waren Bertolfs zoons. Het was klaar dag toen zij aan de houten deur der woonhalle klopten en hun vader, die altijd vroeg op de been was, opende. Hij was bleek en beefde aan al zijne leden.

De dorstige vreemdeling beefde op het gezicht van zoovele menschen, en deed eenen stap terug naar de deur om het huis te verlaten; doch ziende, dat de hoofden nieuwsgieriglijk naar hem gekeerd waren, en vreezende vervolgd te worden, ging hij tot den toog en eischte eene kan bier van de waardinne.

Het papieren schuitje schommelde op en neer, en nu en dan draaide het zoo gezwind om, dat de tinnen soldaat beefde; maar hij bleef onwrikbaar staan, vertrok zijn gezicht niet, hield zijn hoofd recht en zijn geweer in den arm. Eensklaps dreef het schuitje onder een lange brug, die over de goot lag, en nu werd het zoo donker, alsof hij in zijn doos was.

"Ik zou 't hem niet vergeven als hij het niet in zijn vollen omvang kon begrijpen," dacht zij; "beter niets te zeggen. Waarom hem zoo op de proef te stellen." Haar hand speelde nog altijd met het blad en beefde nog sterker. "Om Godswil," smeekte hij, haar hand grijpend, "spreek toch!" "Zal ik werkelijk...?" "Ja, ja, ja...."

Het meisje beefde bij het horen dezer woorden. De moed begaf haar gans, en wellicht zou deze aandoening haar de spraak benomen hebben, indien andere droeve gedachten dezelve niet hadden verminderd. "Mijnheer Van Nieuwland," sprak zij de ridder zachtjes toe, "gij hebt uw leven voor mijn vader gewaagd en bijkans verloren; gij bemint hem gelijk ik hem bemin.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek