Dat is iets heel lekkers, dat men in het hospitaal krijgt, als men ziek is, zeide Mattia, die graag vertelde wat hij wist. Toen de koe gemolken was, brachten wij haar op 't grasveld om daar te grazen, en wij gingen in huis, waar ik, toen ik den emmer haalde, onze boter en bloem midden op tafel had gezet.

Als men zich eenmaal iets in het hoofd gesteld heeft en meester over zijn eigen daden is, dan wacht men niet lang om zijn wil ten uitvoer te brengen. Ik opende Martha's werktaschje en haalde de schaar eruit te voorschijn. Terwijl ik mijn broek in orde maak, zeide ik tot Mattia, moet gij mij in dien tijd eens laten hooren, hoe gij op de viool speelt. O, dat is goed.

Mattia zeide niets, maar liet zijne witte tanden zien. Laten wij dan aan tafel gaan. Vóór hij zitten ging, schoof hij den stoel van grootvader aan; toen zette hij zich met den rug naar 't vuur en begon het vleesch te snijden en gaf ons elk een snee met aardappelen.

En mijn armen om Mattia heenslaande, barstte ik in tranen los; nooit had ik mij zoo ongelukkig gevoeld als ik alleen was, temidden van die groote, woelige wereld. Toen ik uitgeweend had, trachtte ik weder bedaard te worden; ik had Mattia niet in dit park gebracht om mij door hem te doen beklagen; 't was niet voor mij, maar voor hem dat ik er heengegaan was.

Ik sloot mijn reiszak weder, dien Mattia thans over zijn schouder hing. En nu voorwaarts over den bestoven weg; nu moesten wij in het eerste dorp, waar wij aankwamen, blijven en daar een voorstelling geven; "eerste optreden van het gezelschap Rémi."

Mijn vriend verlaten! dat zou mij niet mogelijk zijn. Ik dank u zeer voor uw aanbod, mijnheer. Espinassous bleef echter bij hem aandringen en beweerde, dat, als Mattia zijn eerste opvoeding bij hem genoten had, men wel een middel zou vinden, om hem naar Toulouse te zenden en vandaar naar het conservatoire te Parijs; maar Mattia antwoordde onveranderlijk: Nooit zal ik Rémi verlaten.

Op mijne beurt boog ik mij voorover; vrouw Barberin gaf een tik op den steel van de pan en deed toen den pannekoek omdraaien tot grooten schrik van Mattia; maar het kon geen kwaad; na een eind in de hoogte in den schoorsteen te zijn gevlogen, viel de pannekoek weder omgekeerd in de pan en met zijn gebakken zijde boven. Ik nam spoedig een bord en de pannekoek gleed erin.

Wij keken, Mattia zoowel als ik, maar wij zeiden niets tegen elkander. Telkens langs denzelfden weg terugkeerende, kwamen wij eindelijk weder op het pleintje voor De Roode Leeuw, en traden in huis. Mijne moeder had hare kamer verlaten; op den drempel zag ik haar reeds met het hoofd rustend op de tafel.

Toen ik weer wat kalmer was geworden, vertelde ik aan Mattia wat ik omtrent Garofoli had vernomen. Dus nog drie maanden! riep hij uit. En hij begon middenop straat te dansen en te zingen. Plotseling stond hij stil en kwam naar mij toe. De familie van den een is toch heel anders dan de familie van den ander, zeide hij.

Bij die schokken kwamen de rookwolken met een snerpend geluid uit den schoorsteen, en dan ontstond er een oogenblik van stilte en men hoorde slechts het klotsen van het water tegen de raderen, nu eens aan de eene dan aan de andere zijde, naarmate het schip rechts of links overhelde. Nu, zeide Mattia, dat glijden over het water laat wel wat te wenschen over.