Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 1 oktober 2025
Hij heeft de leelijkste oogen, die men zich voorstellen kan, het wit daarin gaat over in geel, en hij ziet daarenboven scheel. De bedelaar is lang en zeer mager, en wanneer hij loopt, beweegt hij zijn lichaam zoo, dat men meent dat hij heen en weert slingert. Hij loopt zoo zacht, dat donna Silvia hem niet hoort. Ze bemerkt hem eerst, wanneer zijn schaduw zich als een slang voor haar uit kronkelt.
LANS. Wel, man, daag mij dan uit, als gij durft. PANTHINO. Wilt gij komen of niet? LANS. Ja, ik kom. Milaan. Een zaal in het paleis van den Hertog. Valentijn, Silvia, Thurio en Flink komen op. SILVIA. Dienaar! VALENTIJN. Gebiedster! FLINK. Meester, Signore Thurio kijkt u donker aan. VALENTIJN. Ja, knaap, uit liefde. FLINK. Maar niet tot u. VALENTIJN. Tot mijn gebiedster dan.
Waarschijnlijk kwamen Valentijn en Proteus wel aan 's keizers hof aan, en is de keizer tot hertog gedegradeerd; want tot tweemaal toe zegt de hertog, eerst van Proteus, daarna van Valentijn, dat zij de liefde eener keizerin waardig zijn; van den laatste, dat hij in den raad eens keizers op zijn plaats zou wezen; de omgang van Valentijn met Silvia getuigt van een zeer groot verschil in stand; daarmede strookt de hoogheid van de verwijten des hertogs aan Valentijn, die van het koninklijk hof verbannen wordt; de omgang van Valentijn met Silvia was ongetwijfeld door den keizer argeloos toegelaten, omdat het verschil in rang zeer groot was.
VALENTIJN. O ja, mijn vorst. HERTOG. Zoo laat me uw mantel zien, Ik schaf er mij een aan van zulk een lengte. VALENTIJN. O, ied're mantel kan u dienen, heer. HERTOG. Hoe hang ik zulk een mantel mij wel om'? Ik bid u, laat mij dien van u beproeven. Wat is dat voor een brief? Aan wie? "Aan Silvia"! En hier een werktuig, juist als ik behoef. Ik ben zoo vrij het zegel te verbreken.
VALENTIJN. Ik weet wel, heer, gij hebt een schatkist vol woorden, en, naar ik geloof, geen andere munt om uw dienaars te betalen, want men mag uit hun kale livereien vermoeden, dat zij van uw kale woorden moeten leven. SILVIA. Genoeg, edele heeren, niet meer! Daar komt mijn vader. HERTOG. Zoo, dochter Silvia, wel wordt gij bestormd!
Stijgt daarom, bid ik, zonder overwegen, Terstond te paard, en vindt mij aan den voet Des bergs, waar langs zijn helling zich de weg Naar Mantua wendt, want daarheen vloden zij. Maakt, beste heeren, spoed, en volgt mij ras. THURIO. Dat noem ik toch een dwaze deerne, die 't Geluk ontvliedt, wanneer het haar vervolgt. Ik volg, veel meer op Eglamour gebeten, Dan op de dolle Silvia nog verliefd.
PROTEUS. Ik volg, veel meer op Silvia steeds verliefd, Dan op haar helper Eglamour verbitterd. JULIA. En ik volg mee, en ik bestrijd die liefde; Maar Silvia haat ik niet, zij vlood uit liefde. Het woud tusschen Milaan en Mantua. Bandieten komen op, met Silvia. EERSTE BANDIET. Kom, kom; Bedaard! wij brengen u tot onzen hoofdman.
THURIO. Die meer lust heeft, zich aan uw bloed te goed te doen, dan in uw lucht te leven. VALENTIJN. Gij hebt gesproken, heer. THURIO. En gedaan ook, heer, voor ditmaal. VALENTIJN. Ik ken dat, heer; gij hebt altijd gedaan, eer gij begonnen zijt. 32 SILVIA. Een fraai geweervuur van woorden, edele heeren; en wakker losgebrand! VALENTIJN. Dat is zoo, jonkvrouw, dank aan wie het gaf.
SILVIA. Dit moog' zoo zijn, maar Valentijn, uw vriend, Hij leeft nog, en met hem, gij zijt getuige, Ben ik verloofd; en schaamt gij u niet diep, Door uwen boozen aandrang hem te krenken? PROTEUS. 'k Hoor, dat ook Valentijn gestorven is. SILVIA. Zoo reken mij het ook, want in zijn graf Is, weet dit, mijne liefde meebegraven. PROTEUS. Vergun mij, dierb're, uit de aard die op te raak'len.
SILVIA. Dus, zoo veel moeite denkt gij al teveel? VALENTIJN. Neen, jonkvrouw, is 't u dienstig, ik zal schrijven, Zoo gij 't gebiedt, wel duizendmaal zoo veel; En toch, 121 SILVIA. 't Is fraai gezegd. Ik gis nu wel, wat volgt; En toch, ik zeg het niet; en toch, 't behoeft niet; En toch, neem dit terug; en toch, ik dank u En roep voortaan uw diensten niet meer in.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek