Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 1 oktober 2025


En, dat ik u weer vriend acht, blijke u nu: Al wat in Silvia mijn was, schenk ik u. JULIA. O, ik onzaal'ge! PROTEUS. Zie, wat schort mijn knaap? VALENTIJN. Wat, knaap! schelmpje! wat moet dit beteek'nen? Zie op, en spreek! JULIA. O heer, mijn meester gaf mij Een ring, om jonkvrouw Silvia dien te brengen; En ik verzuimde 't uit onachtzaamheid. PROTEUS. Waar is die ring, knaap?

Gun mij als loon een enk'len teed'ren blik; Om kleiner gunst kan ik u toch niet smeeken, En minder nog dan dit kunt gij niet geven. Is dit een droom, wat ik daar zie en hoor? Leen, Liefde, mij 't geduld om kalm te blijven. SILVIA. Ellendige en onzaal'ge, die ik ben! PROTEUS. Ellendig waart gij, jonkvrouw, eer ik kwam; Doch door mijn komst heb ik u heil gebracht.

Daarom, al wat mij griefde zij vergeten; Mijn wrok vervloog; ik roep u weer terug. Uw onbetwistb're waarde geeft u aanspraak Op nieuwen rang; dies zeg ik: Valentijn, Gij zijt een edelman van besten bloede; Neem gij uw Silvia, want gij zijt haar waard. VALENTIJN. Ik dank u, vorst, uw gift maakt mij gelukkig. Ik bid u thans, ter wille van uw dochter, Verleen mij ééne gunst, die ik u vraag.

Ja, en daar denk ik weer aan den streek, dien je mij gespeeld hebt, toen ik afscheid nam van jonkvrouw Silvia. Heb ik je niet altijd gelast, op mij te letten, en even zoo te doen als ik? Wanneer heb je mij ooit mijn been zien oplichten en wateren tegen een dame haar hoepelrok? Heb je ooit zulk een streek van mij gezien? 43 PROTEUS. Sebastiaan heet gij?

THURIO. Mijn Silvia daar! de mijne! VALENTIJN. Thurio, terug, of gij omarmt den dood. Blijf buiten het bereik van mijnen toorn. Noem Silvia de uwe niet, want, zoo gij 't waagt, Geheel Milaan beschermt u niet. Hier staat zij; Nu, waag het, roer haar met een vinger aan, Mijn liefste met een enk'len ademtocht! THURIO. Heer Valentijn, zij is mij onverschillig.

O gij, wier woning in mijn boezem is, Laat uwe huizing niet zoo lang verlaten, Dat ze in verval raak en tot puinhoop wordt, Zoodat geen spoor meer blijft van wat zij was. O schenk mij, Silvia, door uw bijzijn kracht! Gij, zoete nimf, troost uw verlaten herder! Doch wat gedruisch, wat kreten zijn dat heden?

WAARD. Luister, luister! JULIA. Is hij daarbij? WAARD. Ja, maar stil, laat ons luisteren! Wie is Silvia? wat is zij? De jong'lingschap omzwiert haar. Heilig, schoon en wijs is zij; Door 's Hemels gunst versiert haar Al wat roem geeft en waardij. Even goed is zij als schoon; Dit schenkt haar alvermogen; Amor koos haar oog ter woon En ziet nu door haar oogen, Zit, niet blind meer, daar ten troon.

SILVIA. Eerst ùw nabijheid maakt mij recht ellendig. En mij, wanneer hij u nabij wil zijn. SILVIA. Had mij een uitgevaste leeuw gegrepen, 'k Had liever 't ondier tot ontbijt gestrekt, Dan dat de valsche Proteus mij bevrijdde. Tuig, Hemel, hoe ik Valentijn bemin, Wiens leven ik zou koest'ren als mijn ziele; En evenzoo, daar meer onmooglijk is, Haat ik den valschen, eedvergeten Proteus.

HERTOG. En, Proteus, hierin kunnen we u vertrouwen, 56 Omdat ons Valentijn heeft meegedeeld, Hoe ge aan de Liefde trouw gezworen hebt; En nimmer af zult vallen of verand'ren. Om dezen waarborg zult gij toegang hebben Tot Silvia, dat gij vrij'lijk met haar spreekt.

Evenals hier Julia, verkleedt zich daar Viola tot een page, en zij wordt evenzoo door haar heer, dien zij bemint, als bode naar zijn aangebedene gezonden; ja, wanneer Julia bij Silvia van zichzelf als derde persoon spreekt en haar eigen leed schildert, kan men denzelfden gedachtengang opmerken als in het overheerlijk tooneel, waarin Viola tot hertog Orsino van haar zusters hartzeer spreekt.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek