Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 22 oktober 2025
De deur vloog toe en de grendel werd er van binnen voorgeschoven. Kapitein Lennart vloog op de deur toe en rukte aan de knop. Toen konden de kavaliers het lachen niet laten. Hij was zoo zeker van zijn vrouw geweest en nu wilde ze niets van hem weten. Dat was komiek vonden ze. Toen kapitein Lennart hoorde, dat ze lachten, stoof hij op hen af en wilde hen slaan.
De menschen hebben elkaar vaak 't gruwelijkst gepijnigd, als zij in angst waren voor de zaligheid hunner ziel. Als de kavaliers laat in den nacht van hun drinkgelag naar 't venster gingen, om naar 't weer te kijken, zagen ze vaak een donkere schaduw door den hof glijden en ze begrepen dan, dat de Majoorske naar haar geliefd tehuis kwam kijken.
Zij leidde hen te verderve; hun hersens werden als sponzen, hun longen als droge asch, hun geest werd verduisterd, als ze neerzonken op 't sterfbed, bereid voor de lange hopelooze reis, die hun de ziel zou kosten. Wee over die vrouw! Zoo zijn beter mannen dan zij gestorven en zoo zullen zij ook heengaan. Maar niet lang staan de kavaliers daar als verlamd van schrik.
De knechts en de meiden kunnen slapen op al die rijstenbrij en 't sterke kerstbier; maar de heeren in de kavaliersvleugel niet. Hoe kan iemand zich verbeelden dat de kavaliers slapen!
't Is zeer waarschijnlijk, dat zij de kavaliers pas herkende, toen zij de gele calèche had zien verdwijnen. Zij vloog op. 't Was alsof ze opnieuw vluchten wilde; maar zij werd door de naastbijstaanden teruggehouden en zonk toen zacht jammerend weer neer op de lading. En de kavaliers durfden niet tegen haar te spreken of haar iets te vragen.
Zij had gehoopt, dat de kavaliers terug zouden komen; maar ze kwamen niet. Dus moest ze zelf zorgen, dat er een eind aan kwam. Dit kon ze niet langer uithouden. Ze had gedacht, dat hij boos weer weg zou rijden, als hij vijf minuten gewacht had, of dat hij de deuren zou hebben opengebroken of 't huis in brand gestoken, maar hij zat daar rustig, glimlachend en wachtte.
Hij legde Marianne in de voorste slee en zette zich naast haar. Beerencreutz ging er achter op staan en greep de teugels. "Wrijf haar met sneeuw, Gösta," raadde hij. De kou had haar verlamd, anders niet. Haar woest oproerig hart klopte nog. Zij was niet eens bewusteloos. Zij had alles gehoord en wist, dat de kavaliers haar gevonden hadden; maar zij kon zich niet bewegen.
Ik dacht aan de Majoorske, die zij in de gevangenis lieten versmachten." De kleine graaf richtte fier zijn stijf lijfje op en hief zijn oudemannetjeshoofd zoo hoog mogelijk. "Wij, kavaliers," ging Beerencreutz voort, "staan niemand toe ons te hoonen. Wie niet met ons dansen wil, moet met ons rijden. Er is de jonge gravin niets kwaads gebeurd, en daarmee is 't uit."
Haar angst, de kavaliers, die ruw haar fijn lichaam aangegrepen hadden, dat woeste zingen, de ruwe woorden, de wilde kussen moest dat alles niets? Was er van dezen avond niets, waar de grauwe godin van de schemering geen macht over had? "Maar, Henrik...." "Zwijg," antwoordde hij. En hij zette zich in postuur om een straf-predikatie tegen haar te houden.
Op Ekeby was immers niet meer dan vijftig pond ijzer; op de zes andere plaatsen was immers niets? Hoe is 't nu mogelijk, dat volgeladen pramen nu een ongehoorde menigte ijzer naar de waag te Karlstad kunnen brengen? Ja, dat moet ge de kavaliers vragen. De kavaliers zijn zelf aan boord van de zware, leelijke vaartuigen. Zij zijn van plan zelf het ijzer van Ekeby naar Götaborg te brengen.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek