Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 22 oktober 2025


Zij wilde het niet achterlaten in de handen van lichtzinnige pretmakers, van onbruikbare zwierbollen, van onverschillige verkwisters van Gods goede gaven. Zou zij heengaan om later haar bezittingen verwoest, haar smidse verlaten, haar paarden verwaarloosd, haar dienstboden vertrokken te vinden? Neen, nog eens wilde ze al haar kracht verzamelen en de kavaliers wegjagen.

Slaapt! Goede hemel! Slapen als de kavaliers wakker zijn! De groote tangen staan recht overeind op den vloer met kaarsen in den bek. Uit den grooten, blinkenden koperen ketel, waar tien kan ingaat, flikkert de blauwe vlam van den punch op naar het donkere dak. De hoornen lantaarn van Beerencreutz hangt aan den grooten hamer. De gele punch blinkt in den bowl als een heldere zon.

Die kwam bruisend tegen de landpunt aan, wit schuimende van den geweldigen val daarboven, en om de bebouwde streek voor het water te beschutten, lag er in dien tijd een geweldige golfbreker voor. Maar de kisting was oud en de kavaliers hadden 't roer in handen.

De anderen zwijgen ook. Zij zijn diep gekwetst; maar wat helpt het zich te verdedigen? Zelfs de goede vrouw Musica, die zooveel van Gösta Berling houdt, verliest bijna den moed. Maar plotseling herinnert zij zich, dat zij nog een held onder haar dienaren, onder de kavaliers heeft.

Hij weet zoo zeker, of iemand 't hem gezegd heeft, dat er spoedig langs dien weg iemand komen zal en zich in den muil van de loerende slang werpen. Nu zijn de kavaliers gereed van wal te steken. Zij grijpen de lange stangen, om de pramen midden in den stroom te steken; maar daar roept Löwenborg, plotseling: "Houd op, om Godswil! Houd op!"

Zij is goed en wijs als de ouden van dagen, die een gezegend leven achter zich hebben. En toen speelden de kavaliers zóó zacht, zóó teer, als een bijna onhoorbaar suizen. De kleine Ruster neemt de zaak ernstig op. Hij leest de noten met den bril op den neus, kust de tonen uit zijn fluit en laat de vingers spelen over de kleppen en gaten.

"'t Is allemaal onzin," zegt Gösta Berling. "Kavaliers, laat je toch niet door hem voor den gek houden. Wat zijn wij tegenover de Majoorske! Laat het met onze zielen gaan zooals 't moet; maar met mijn toestemming zullen we ons niet aanstellen als ondankbare vlegels, als schurken en verraders. Ik heb te lang het brood van de Majoorske gegeten om haar nu af vallen."

Maar de kavaliers slapen. Zij droomen, dat een mooi meisje hen een zakdoek toewerpt, zij droomen van applaus achter een neergelaten theatergordijn. Zij droomen van vroolijk lachen en feestgedruisch te middernacht. Een kanonschot aan hun ooren, een stroom ijskoud water is noodig om hen te wekken. Ze hebben gebogen, gedanst, gemusiceerd, tooneelgespeeld en gezongen.

De kavaliers maken zich juist gereed om door de menigte te dringen en op hun manier vrede te stichten, en de Dalecarliërs snellen toe om de Westgothlanders te helpen. Sterke Mons van Fors is de ijverigste in dit spel. Dronken is hij en boos ook.

Nu hebben we niets gedaan wat niet voor kavaliers paste en dus heeft hij 't verloren." "Maar als je daaraan gelooft, weet je toch wel, dat we heel wat gedaan hebben, dat niet voor kavaliers paste. Ten eerste hielpen we de Majoorske niet, ten tweede begonnen we te werken, ten derde was 't niet heelemaal in orde, dat Gösta Berling zich niet van kant maakte, toen hij het beloofd had."

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek