Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 22 oktober 2025
Maar wat hem aan 't hart knaagt is, dat de oude eenoogige woudkoning nu geveld is, zonder dat hij den zilverkogel op hem heeft mogen afschieten. Zoo komt hij boven in den kavaliersvleugel, waar de kavaliers om 't vuur zitten, en werpt zonder een woord te zeggen het berenvel voor hen neer.
Daar houden de toorn en de beloften van den vorigen nacht intocht in de hersens der kavaliers. Wel maakt de patroon Julius den sterken kapitein Kristiaan Bergh wijs, dat de fijne gebraden vogels, die nu aan de groote tafel worden rondgediend, niet toereikend zijn voor alle gasten, maar die aardigheid gaat niet op. "Er zijn er niet genoeg," zegt hij.
De lofrede van den predikant werd nooit gehouden. De gemeente stroomde de kerk uit. Er was niemand, die niet vond, dat de kavaliers goed gedaan hadden. Zij herinnerden zich de vroolijke jonge gravin en hoe gruwelijk zij op Borg gepijnigd was geworden. Zij dachten aan haar, die zoo goed voor de armen was, die zoo mooi was geweest, dat 't voor hen al een troost was naar haar te kijken.
Bij hen komen de schotels laat en komt de wijn spaarzaam; hen bereiken de blikken der schoone dames niet; niemand luistert er naar Gösta's scherts. Maar de kavaliers zijn als getemde veulens, als matte roofdieren. Maar één uur nachtrust hebben zij gehad; toen reden zij naar de vroegpreek bij fakkel- en sterrenlicht.
Gösta Berling staat een eind van hen af en staart neer in 't water. Misschien wil die jonge vrouw hem liefst niet zien. Hij weet het niet, maar zijn gedachten spelevaren en juichen. "Nu weet niemand, waar ze is," denkt hij; "nu kunnen wij haar mee naar Ekeby nemen. Wij houden haar daar verborgen, wij kavaliers! en wij zullen goed voor haar zijn.
Hoe zal ik de besmetting roemen, die zich toen over 't land verspreidde. Zou men niet meenen dat de kavaliers de goden dier streek waren en dat allen door hun geest bezield werden? Door den geest van 't avontuurlijke, van zorgeloosheid en verwildering. Kon men alles vertellen, wat er in dat jaar onder de menschen op de kust van 't Löfvenmeer gebeurde, dan zou de wereld verbaasd staan.
Men zegt ook, dat in dezen Kerstnacht Gösta Berling naast zijn jonge vrouw stond en voor 't laatst de kavaliers toesprak. Hij was bedroefd over hun lot, nu ze allen van Ekeby weg moesten. De zwakheden van den ouderdom wachten hen. Hij, die oud en knorrig is, wordt maar koel ontvangen, waar hij ook komt.
Zij vliegen op en slaan de grendels voor de deur naar de vestibule. Maar wat kunnen zij uitrichten tegen de vooruitdringende schare? De eene deur na de andere wordt opengerukt. De kavaliers worden teruggedrongen; zij zijn ongewapend. Zij worden in de dichte menigte ingesloten, zoodat zij zich niet kunnen bewegen. Het volk wil naar binnen en het meisje van Nygaard zoeken.
Vrouw Musica heeft de Oxford-symphonie van Vader Haydn gekozen, en de kavaliers repeteeren die. Patroon Julius zwaait den dirigeerstok en ieder bespeelt zijn eigen instrument. Alle kavaliers kunnen spelen; anders zouden ze immers geen kavaliers zijn. Als alles klaar is, zenden zij een bode naar Gösta Berling.
Geen gewone veerman mag meegaan. De kavaliers zijn zelf gekomen met flesschen en proviandkorven, met waldhoorn en viool, met geweren en vischsnoeren en kaarten. Zij willen alles voor hun dierbaar ijzer doen, en 't niet verlaten, eer het aan de kade te Götaborg gelost is. Ze willen zelf lossen en laden, op het zeil en het roer passen. Zij zijn juist de rechten om dat goed te doen.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek