Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 22 oktober 2025


Gij zoudt in staat zijn om te danken in plaats van te bidden en eerder van honger te sterven dan u te beklagen." "Waartoe zou dat ook dienen?" vroeg Koenraad. "Alléen om maar te klagen, en dat is reeds iets. Spreek eens vrij uit, mijnheer, zoudt gij denken dat zij ons lang in die ijzeren kooi houden?" "Om u de waarheid te zeggen Ned, weet ik er niet veel meer van dan gij."

Waar en wie was de zaakgelastigde van den kapitein? Den volgenden dag vertelde ik aan Ned en Koenraad wat er dien nacht gebeurd was en mijn nieuwsgierigheid zeer had opgewekt. Mijn makkers waren niet minder verbaasd dan ik. "Maar waar haalt hij die millioenen van daan?" vroeg Ned Land. Daarop kon ik geen antwoord geven.

De Hollander Koenraad Kramer, afgezant der Oost-Indische Compagnie aan het hof van Kioto, woonde in 1626 een feest bij, ter eere van het bezoek van den wereldlijken keizer aan zijn geestelijken soeverein.

Nu vraag ik eens hoe het mogelijk is dat een walvisch, die aan de westkust van Amerika gewond wordt, zich aan de oostkust laat dooden, als hij niet om kaap Hoorn of om de kaap de Goede Hoop, en over den evenaar is heen gezwommen?" "Ik denk er over zooals vriend Ned," zei Koenraad, "en ik ben nieuwsgierig wat mijnheer zal antwoorden."

Eenigen tijd later was de kruistocht afgeloopen. De heeren van den Rijn, die terugkeerden, brachten de vreemde tijding mede, dat graaf Koenraad een schoone voorname Grieksche vrouw mee zou brengen, waarmede hij in het Morgenland getrouwd was. Toen de broeder dit vernam, fonkelden zijn oogen. De mededeeling leek hem onmogelijk. Hij berichtte de jonkvrouw de spoedige aankomst van haar verloofde.

"Welnu, mijnheer de natuurkenner," vroeg de Amerikaan op spottenden toon, "waar is nu de Middellandsche Zee?" "Wij varen op haar oppervlakte, vriend Ned." "Wat," vroeg Koenraad, "van nacht?..." "Jawel, van nacht zijn wij in eenige minuten onder de onovergankelijke landengte heengevaren." "Ik geloof er niets van," antwoordde de Amerikaan.

"Maar," zei ik, "om op onze kostbare parels terug te komen, ik geloof niet dat eenig vorst er ooit zulk een kostbare bezeten heeft als kapitein Nemo." "Deze?" vroeg Koenraad, terwijl hij op het prachtig kleinood in de glazenkast wees.

De kapitein geleidde mij naar de groote trap, en kwam met mij op het plat, waar Ned Land en Koenraad, vol verrukking over het "pleziertochtje", reeds wachtten. Vijf matrozen verbeidden met de riemen in de hand onze komst.

Een schoone vrouw vlijde zich tegen hem aan. Het schip legt aan. Het eerste springt Koenraad aan wal. De twee personen op de platform waren verdwenen. Een schildknaap naderde den ridder en berichtte hem, dat het nieuwe slot, hem door zijn vader vermaakt, zijn eigendom was. Denzelfden dag kondigde hij zijn bezoek op Sterrenberg aan.

Ned en Koenraad brachten het grootste gedeelte van den dag met mij door; zij verwonderden zich over de onverklaarbare afwezigheid van den kapitein. Was de zonderlinge man ziek, of wilde hij zijne plannen ten onzen opzichte wijzigen? Overigens genoten wij, volgens Koenraad, geheel onze vrijheid en wij werden uitstekend gevoed.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek