Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 10 oktober 2025


»Onze hoeve staat in brand!" stamelde hij verschrikt, terwijl tranen hem in de oogen sprongen. »O, Heer Jan, wat zou er gebeurd zijn? Zie, ginds komen mannen en vrouwen aansnellen langs den dijk... O God, hoe vreeselijk!" Hij bleef nog een oogenblik staan. Toen nam hij opeens plaats op de roeibank en greep de riemen. Met groote, krachtige slagen roeide hij naar huis.

St. Petrus en het zand. Een stedeling ging op zekeren dag naar buiten om te jagen en kwam om twaalf uur aan het huis van een boer, dien hij kende. De man noodigde hem uit het middagmaal te blijven gebruiken. Onder het eten keek de stadsbewoner rond en bemerkte, dat er maar weinig bouwgrond om de hoeve lag. Maar rotsen en steenen waren er in overvloed.

De dokter werd gehaald en moeder bleef voorloopig op de hoeve. Ook Rozeke's oudste broeder nam er tijdelijk zijn intrek om alles voor de begrafenis te regelen. Het was nog een geluk voor Rozeke dat zij van al die narigheid niets merken kon; en een geluk was 't ook dat 't derde kind er nu niet komen zou. Alles werd in stilte volbracht terwijl zij, zwaar ziek, met hooge koorts te bed lag.

Rozeke voelde zich geenszins door deze belofte doelmatig geholpen noch getroost. Zij begreep best dat zoo'n halve maatregel tot niets zou dienen. Wat zij op de hoeve noodig had was een flinke, werkzame man, die er dag aan dag van den ochtend tot den avond was, de eerste op en de laatste naar bed, zooals Alfons gedaan had zoolang als hij maar kon en zooals Smul na hem ook had gedaan.

Er was een roepen en schreeuwen van de eene vlucht naar de andere: "Zoo, zoo! zijn jelui vandaag gekomen?" riepen sommigen. "Ja, dat zijn we," antwoordden de ganzen. "Wat denk jelui van den winter?" "Geen blad aan de boomen en koud water in de meren," klonk het antwoord. Toen de ganzen over een hoeve vlogen, waar tam gevogelte buiten liep, riepen ze: "Hoe heet de hoeve? Hoe heet de hoeve?"

Neen, zij verwaardigde zich niet eens hem in het bijzonder te kleinachten, ook niet om te bespeuren wat hij op de hoeve verrichten kwam. Zij vergenoegde zich met ongaarne hem aan te hooren, en lachte noch om zijne aardigheden, noch om zijne gebaren.

Toen de jeugdige ingenieur zich den volgenden morgen bij het aanbreken van den dag, gevolgd door zijne twee getrouwen, naar het kampement Vandergaart begaf om den postwagen van Potchefstroom te bereiken, wierp hij in het voorbijgaan een blik op de hoeve van John Watkins, waar alles zoo het scheen nog in slaap gedompeld was. Was het verbeelding? Of een droombeeld?

Bruusk stond hij overeind, als een die al gezegd heeft wat hij zeggen wou, wenschte een korten goenacht en was meteen de deur uit. Verbaasd en onthutst keken Vaprijs en Rozeke elkander aan. Zij voelden wel dat zij niet bij machte waren om tegen zoo'n kerel op te staan. Vanaf dat oogenblik werd ook Smul de onbetwiste boer en baas der hoeve.

Wij zijn rondom de hoeve, houdt uwen adem in. Uilenspiegel klopt op de deur, de honden bassen. Hij klopt nogmaals; een venster wordt geopend en de boer, die het hoofd buitensteekt, vraagt: Wie zijt gij? Hij ziet niemand dan Uilenspiegel: de anderen zijn verborgen achter de keet. Uilenspiegel antwoordde: Messire Bossu gelast u oogenblikkelijk bij hem, naar Amsterdam, te komen.

De kateilen waren ruim en stevig gebouwd; de pachtsom was niet overdreven. Kortom, zonder onvoorzienen tegenspoed zou Alfons er goed aan zijn brood komen en zelfs een aardig stuivertje op zij kunnen leggen. De anderen luisterden, stilzwijgend, vol eerbied voor den ouden boer die op zijn hoeve rijk geworden was.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek