Toch hebben zij hunne mijn lief en gevoelen zich aan haar gehecht; zelfs krom en stram van ouderdom, kunnen zij nog niet zonder haar leven: deze taaie gehechtheid is een trek, dien de mijnwerkers gemeen hebben met de zeelieden, die hoe de zee hen ook moge mishandeld hebben, zich toch nog, machteloos en afgeleefd, naar het strand sleepen en daar, op een bank neergezeten, in droomend gepeins staren naar de wijde zee, wier melodisch ruischen hunne zwervende gedachten in slaap wiegt.

Hiervan is dit zeker een meer dan voldoend bewijs, dat, zoodra ik voor deze zoo talrijke vergadering was opgetreden om het woord te voeren, eensklaps uw aller aangezichten zoo blonken van een ongekende en ongewone vreugde, dat gij zoo plotseling het voorhoofd ontrimpeldet en mij met zulk een blijden en beminnelijken lach toejuichtet, dat gij allen, die ik hier uit alle hoeken der wereld voor mij zie, waarlijk niemand uitgezonderd, gelijk de Goden bij Homerus, te veel nectar met nepenthes schijnt gebruikt te hebben, terwijl ge vroeger zoo bedroefd en bekommerd waart neergezeten, alsof ge nog pas uit Trophonius' hol waart teruggekomen.

De reepers, rechts en links met de voeten naar voren tegen de punten geschraagd en plat ten gronde op de planken neergezeten, sloegen de vlasstengels met volle grepen tusschen de scherpe ijzeren tanden, rukten uit al hun kracht, een keer, twee keer, soms drie keer, tot al de zaadkorrels er af geritst waren, gooiden de stengels op zij, namen een andere volle greep, rukten opnieuw.

Zie hen daar neergezeten, die kloeke poorters met den ernst des levens op het gelaat, en wees er zeker van dat die handen, welke zich zoo gewillig vouwen ten gebede, zich straks mocht het noodig zijn even krachtig zullen klemmen om den greep van het zijdgeweer of de kolf van den snaphaan. En weder .... maar reeds lang genoeg verwijlden wij te dezer plaatse.

Het was in een lange zaal van dat voormalige klooster, welke vroeger tot refter of eetvertrek der geestelijke Ridders had gestrekt, en van waar men het uitzicht had op den binnenhof en boomgaard, dat drie personen, die allen den middelbaren leeftijd voorbij waren, aan een ronde tafel of schijf, gelijk men ze in dien tijd noemde, waren neergezeten.

Zeker wilden zij! Zij hadden honger gekregen door al die schokkende gebeurtenissen. Veilig geborgen in hun prachtig huis dat sterk was als een forteres, rijk en gezellig neergezeten bij een weelderigen disch welken de knappe meid zorgzaam en fijn bediende, voelden zij reeds minder de knellende dreiging der toekomst.

Edel volk, wanneer gij wachttet, langs den weg, en schaduw smeet op die, moegegaan, versmachtte 't zonnevier, was 't iemand leed? Iemand leed! Ach, laat mij weten wie dat 't is, die, afgemat, heeft ondankbaar neêrgezeten, in de schaduw! Leert mij dat! Meermaals mocht ik asem halen, vluchten onder 't groene dak, als het zweerd der zonnestralen scherp mij in de lenden stak.

Niet lang was hij echter neergezeten, of zijn luisterend oor scheen het geluid van voetstappen te vernemen, als besteeg iemand de bergbrug aan de zijde van de kraal. »Dat zal Kalipi zijn," fluisterde hij, »maar toch, men kan niet weten. Ik zal me liever verbergen, tot ik zeker ben wie het is, die nadert." Hij nam zijn wapenen op, en dook weg achter de klip waarop hij had gezeten.

Ik zie reeds een straal ... een heilig licht ..." Nu vergingen haar woorden in doffe klanken, en haar rede werd onverstaanbaar. Na enige ogenblikken aldus gesuisd te hebben, bezag zij de neergezeten ridder met angst, en haar wezenstrekken werden door een grammoedige uitdrukking verduisterd.

"Nu, dat zal dan ook langzamerhand 'n heel pak verschrikking moeten zijn, als je 's rekent hoeveel generaties vóór ons, hier al eens in hoop en vreeze hebben neergezeten."