Gelijk de meesten zijner stadgenooten, zeilt hij onder liberale vlag; doch had ik vóór '48 geweten, dat onze nieuwe Grondwet voor zulke werveldraaijers het hek ontsluiten zou, ik zou mijne onafhankelijke positie nooit prijs gegeven hebben." Meer zal u interesseren hetgeen mijn oom van mevrouw Dijk vertelde.

De wind blaast, het donkere schip moet den voorgeschreven koers volgen. Het zeilt verder. De man verdwijnt, komt weder te voorschijn, zinkt en komt weder boven; hij roept, strekt de armen uit; men hoort hem niet.

HORSTER. De menschen zullen nog wel eens tot andere gedachten komen, dokter. MEVR. STOCKMANN. Ja, Thomas, daar kan je zoo zeker van zijn als dat je hier staat. DR. STOCKMANN. Ja, misschien, als het te laat is. Maar dat zou hun verdiende loon zijn! Dan kunnen ze hier in hun smeerboel zitten en het berouwen dat ze een patriot het land hebben uitgejaagd. Wanneer zeilt u uit, kapitein?

Lot van de kolonie. Achtste Hoofdstuk. Het leven te Hispaniola. 92 Verklaring van Guacanagari. Het opperhoofd verdacht. Ontsnapping van de vrouwelijke gevangene. Duisternis te Navidad. Onderzoekingstochten. De vloot zeilt. De stad Isabella gesticht. Woelig landingstooneel. Teleurgestelde verwachtingen. Tochten van Ojeda. Doortrekking van de vlakten. Lijden in de kolonie. Brief aan de koningen.

Men vindt op deeze plaats veertig en vyftig vademen; vervolgens zeilt men langs de kust van Mayés, op een afstand van drie en vier mylen, de diepten wel in het oog houdende, om niet te digt aan de wal te naderen.

»En daar doet gij wel aan, Joël," hernam Sylvius Hog. »Bovendien is het niet onmogelijk dat de Viken een oud zeeschip is, dat zeer slecht zeilt, zooals de meeste schepen, die op New-Found-Land varen; waarbij nog komt, dat het bij terugkeer zeer zwaar geladen zal geweest zijn. Kan dat zoo niet zijn?" Beide jongelieden antwoordden niet. Hun stilzwijgen kon voor eene toestemming gelden.

Dit weet ik slechts: geen mensch zoo dwaas, die niet Een gift aanvaardt, die men zoo hoff'lijk biedt. En ik erken, hier is nog wel te leven, Als vreemden zoo maar gouden ketens geven. Doch naar de markt, en Dromio gewacht; Want zeilt een schip, dan reis ik voor de nacht. Een open plein. Een Koopman, Angelo en een Gerechtsdienaar komen op.

Zoo zeilt de wyze tusschen twee klippen door! Ja, ja, papa, bevestigde Pompile, 't stinkt hier heel erg. Dat komt van de grachten, niet waar, Dieper? Zeker, jongeheer, 't komt van de grachten ...

En Guy Chester, vermomd als kapitein Andrea Blanco, zeilt met zijn zeven en twintig vrijwilligers, die al het mogelijke hebben gedaan, om hun Engelsche afkomst te verbergen, op het schip de Esperanza onder de Spaansche vlag, met Martin Corker aan het roer, naar den Scheldemond.

Beurtelings naar de eene en naar de andere zijde overhellend, zeilt hij op echt bevallige wijze verder, nu eens op zoo korten afstand van de rollende golven, dat hij er zijn vleugelspitsen in schijnt te dompelen, dan weer met even groote lichtheid en vrijheid van beweging naar het zwerk opstijgend.