Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 11 oktober 2025
Pencroff was dien dag telkens in gepeins verzonken. Het eiland dat hij dacht met zijn vrienden te bezitten, scheen hem niet meer geheel te behooren en het was of hij het met een ander moest deelen, aan wien hij, of hij wilde of niet, zich onderworpen moest gevoelen.
Eens op een avond, terwijl Iravati in gedachten verzonken op een der rustbanken in het park zich had nedergezet, bleef tot hare verwondering niet alleen rondom, maar ook in den burgt zelf de meest volkomen stilte heerschen, en geen licht bijkans vertoonde zich aan de hooge vensters en in de galerijen van het paleis.
Het meisje verroerde zich niet; zij was geheel verdiept in den droom, waarin zij door het gezang van haar vriend verzonken was. Wat was het mooi, wat hij gezongen had! En wie zou gedacht hebben, dat hij zoo goed kon zingen? "Zal je ook komen?" riep een ander haar toe. Eenigen begonnen boos te worden. "Je moet die goede heeren bedanken, beste meid," zei de grijsaard.
Aan den zuid-oostkant van den berg vond ik een hol, daar woonde ik geruimen tijd, in overdenkingen verzonken, of liever, wachtende op de verhooring van mijn aanhoudend gebed om een openbaring. Mijn geloof in God, den onzichtbare en tevens oppermachtige, was zoo vast, dat ik het ook mogelijk achtte zóó naar Hem te smachten, dat Hij medelijden met mij zou krijgen en mij zou antwoorden.
Zou het mannelik zijn, de keuze der zijnen af te slaan? »Heer! Heer! Bewaar mij voor streven naar macht en eer. Leer mij te doen wat recht is in Uw ogen," zuchtte hij. Zo innig was zijn overdenking, zo geheel was hij in zichzelf verzonken, dat hij geen oog had voor het reine morgentooisel van de natuur.
Op zekeren dag beklaagde Aben Habuz zich bitter erover, dat hij voortdurend bedacht moest zijn op de aanvallen zijner strijdlustige buren. De astroloog bleef eenige oogenblikken in gedachten verzonken; toen antwoordde hij: »O, Koning, lang geleden heb ik iets wonderbaars in Egypte aanschouwd, gemaakt door een wijze priesteres van dat land.
Hij gaf geen antwoord, verzonken als hij was in verdriet om het verlies van zijn fluit, die ten algemeenen nutte in beslag genomen was; dus ging Nancy verder naar de volgende cel en klopte daar aan. »Ja!« riep een zwakke, zachte stem. »Is hier ook een kleine jongen?« vroeg Nancy, met een snik bij wijze van inleiding. »Neen,« antwoordde de stem. »Goddank niet.«
Bij een smokend lampje, in een kleine woning van het stadje Damme, zat, in diepe gepeinzen verzonken, een man, die, bij den eersten aanblik, in de volle kracht des levens scheen te zijn. Vóór hem, op eene schrijftafel, lag eene rol perkament, waarop hij, van tijd tot tijd, eenige regels neerschreef.
Deze dienstbode bezit vele goede , en daarom kan ik haar wel aanbevelen. Aanwezig tegenwoordig. Zich binnen een bepaalde ruimte bevindende. ~Aanwezig~ zegt dit zonder eenig bijbegrip; ~tegenwoordig~ onderstelt, dat men invloed op de plaatshebbende handeling kan uitoefenen. Hoewel ik in de zaal ~aanwezig~ was, zat ik zoo in gedachten verzonken, dat ik van het gesprokene niets kan na vertellen.
Jean Valjean was in een dier mijmeringen verzonken. Hij dacht aan Cosette, aan een mogelijk geluk, zoo niets tusschen haar en hem kwam; aan dat licht, waarmede zij zijn leven vervulde, een licht dat de adem zijner ziel was. Hij was schier gelukkig in deze mijmering. Cosette stond naast hem, en zag de wolken zich rozig kleuren. Eensklaps riep Cosette: "Vader, ginds schijnt iemand te naderen."
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek