Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 16 oktober 2025


Naast het tweede bordes begint een andere kleinere trap, die toegang verschafte aan adel en patriciers, voor wie de tweede praecinctio bestemd was, en op welks zetels somtijds de eigennamen der rechthebbenden waren aangegeven. Van deze zetels liggen in de arena nog brokstukken die de namen der eigenaars dragen.

Wat ik buitengemeen bewonderde, was het groote scherm, dat aan den achterkant de arena afsloot en gedurende de verschillende tafereelen onveranderd bleef. Kubistische vormgeving en een sterk kleurgevoel hadden hier te zamen iets bereikt, wat mij ongeëvenaard leek op de Europeesche theaters; konstruktief en tegelijkertijd vol sterke, stoutmoedige schoonheid.

Tegelijkertijd verschenen eenige bedienden in de arena, klommen op den scheidsmuur, gingen naar een uitstekje bij den tweeden paal aan het westeinde en legden er zes houten ballen op. Vervolgens keerden zij terug naar den eersten paal en legden op een dergelijk uitstekje zes houten dolfijnen. Wat beteekenen die ballen en die visschen, Sheik? vraagde Balthasar.

Toen kwam een der mannen terug, hij boog zich over het stervend ros, drukte het een priem in de hersens en met een paar hikjes en schokjes strekte de blanke merrie zich dood, dadelijk geworden tot een blinkend vormloos hoopje vuil in de groote zonnige arena.

Ik geloof eigenlijk, dat daarom onze belachelijke dichter gelijk heeft. Kijk, wij gij en ik wufte, nuchtere, poëzielooze menschen, wij kunnen wel eens ongelijk hebben, door ons zoo te laten van de wijs te brengen door een onbefloersten schijn van nieuw lentelicht: over ons zelven, over onze dingen en zielen en kleêren. Ten minste, héel gelukkig waren wij niet van morgen, en hoewel wij het beste hopen van de massage, al die boodschappen, die wij te doen zullen hebben, zijn héel vermoeiend en na die vermoeienis kunnen wij ons niet eens uitstrekken op onze chaise-longue, daar Mietje of Diomira met dwijl en emmer reeds verschenen is aan den horizon. En daar ik, o beste lezer, o prozaïsche lezer, o gij over uw wintergelaat, stoffige kamer en kostuum van verleden jaar tobbende lezer, altijd probeer gelùkkig te zijn in dit soms heel erg ongelukkige leven, heb ik het snoode plan u van daag stiekum in den steek te laten en mijn armen, ouden, belachelijken dichter op te zoeken! De goede kerel, in zijn zolderkamertje waar heelemaal geen chauffage-central is zal mij vermoedelijk ontvangen in zijn oude winterpak, met héel veel stof en beduimelde dichtbundels om zich heen, maar wij zullen niet lang op zijn mansarde verblijven; wij zullen zelfs de stad ontvluchten en omdat ik toch altijd schatrijk ben, zal ik hem op een auto trakteeren, zoo dat hij ten spoedigste er uit is... Laat mij u verzekeren, dat het gehobbel over Florences ellendige buitenwegen hèm heelemaal niet uit zijne "lentestemming" zal brengen; laat mij u verzekeren, dat hij, trots de benzine-stank van onzen taxi niets anders zal ruiken dan de lente-aromen van Fiesole's allerliefste viooltjes en dat hij eenmaal, op de cypressenheuvelen, die nieuw groen kegelen tegen de blauwe lentelucht, ieder jaar zoo belachelijk door hem bezongen, alleen ooren zal hebben voor die vogeltjes, voor die vervelende lentevogeltjes, die ieder jaar hun nestje bouwen en ièder jaar hun eitjes leggen, welke eitjes ièder jaar mijn arme, oude poëet weêr met nieuw enthoeziasme bezingen gaat... Weet ge, ik zal hem niet storen. Ik zal hem rustig laten liggen in het gras van den tuin der goede Franciscaner-broeders. Ik zal hem daarna mede nemen naar de ruïnes der antieke arena en misschien zal hij er een vizioen van de vervlogen antieke eeuwen zien. Ik zal er zelfs geduldig hooren naar zijn ontboezemingen, naar zijn ieder jaar reeds gehoorde lyriek, over de vogeltjes, over de bloemetjes. Zelfs over die van zijn altijd jonge hart. Ik zal zèlfs niet lachen als de goeiert me gaat vertellen van zijn "liefde", in een gevoelvol sonnet. Want weet ge, eigenlijk hoû ik wel van den sukkel en word ik om het ù nu te verklappen, maar niet oververtellen, hoor! een beetje weldadig sentimenteel aan gedaan door

De buitenmuur bestond uit twee of meer rijen bogen of arcaden boven elkander, meestal zóó, dat de verschillende verdiepingen door zuilen van verschillende bouworden gedragen werden. In het midden van de binnenruimte was de arena, het strijdperk, omgeven door de zitplaatsen voor de toeschouwers.

Bij droog weer hing elken avond het verlicht transparant Uitverkocht aan een ballon captif boven het arena. Ook de literatuur kwam meer en vogue. Er was waarlijk niets genotrijkers dan op een eenzaam plekje in de wolken rond te drijven met een boek op de stuurstang. In de meest sereene stilte lééfde men met z'n lievelingsdichter.

Zij werden gladiatoren of zwaardvechters genoemd. 't Waren meestal krijgsgevangenen, slaven, of misdadigers, die in plaats van tot den dood, tot den strijd in de arena werden veroordeeld. Soms ook waren het vrije mannen, die door woesten strijdlust, of ook wel door honger en armoede gedreven, het onteerend bedrijf aanvaardden.

De spiegelgevechten nemen een aanvang, tot eindelijk de langgerekte, doffe toon van een tuba den strijd op leven en dood aankondigt. Ha, nu zal het bloedige spel beginnen. De toeschouwers rekken de halzen, hun oogen glanzen van een dierlijken gloed. In de arena worden de zwaarden getrokken en vangt de strijd op leven en dood aan. 't Wordt weldra een oorverdoovend gejoel in den circus.

Deze zuilengangen waren gebouwd op een zwaren muur die de geheele cavea omringde en door welken op tien plaatsen op gelijken afstand uitgangen waren aangebracht. Deze muur was versierd met zes-en-dertig nissen waarin vazen of beelden waren geplaatst. Beneden bevond zich het podium, dat de arena omsloot.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek