Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 11 oktober 2025
Ook verwittigde hij hem, dat er spionnen van den Bloedraad in Kortrijk rondliepen, weshalve hij en zijn gezel goed op hunne tong moesten letten. Wij zullen ze wel herkennen, zeiden Lamme en Uilenspiegel.
Schande over u, sprak Uilenspiegel, soldatenwoord is geen guldenwoord meer! Straf liever de nietdeugen, verkoopers van menschenvet! Messire Lumey vloog naar hem toe en hief de hand op om hem te slaan. Sla, sprak Uilenspiegel, ik ben uw gevangene, maar ik heb geen schrik van u: Soldatenwoord is geen gulden woord meer!
Waarom zegt gij zoo weinig, vriendje? vroeg zij. Hij antwoordde niet. 't Ware jammer als gij uwe tong verloren hadt, want 'k had U geerne met een boodschap belast. Welke? vroeg Uilenspiegel.
Het is mijn vriend, antwoordde Uilenspiegel. In mijn gezelschap zoekt hij zijn wettige vrouw. Nu herken ik u, zeide Nele tot Lamme; gij hebt gewoond in de Reigerstraat. Gij zoekt uwe vrouw; ik heb ze gezien te Brugge, alwaar zij godvruchtig en devotelijk leeft.
Dan ging hij naar beneden en weldra hoorde Uilenspiegel hetzelfde geklop, dat hem zoo dikwijls gewekt had. Zonder gerucht stond hij op en daalde op bloote voeten de smalle treden af; als hij er twee en zeventig geteld had, stond hij vóór een kleine deur die op een kier stond, waardoor een licht flikkerde.
En de broeders van de Goede Tronie en hunne vrouwen, die reeds met Uilenspiegel aan tafel zaten, zeiden, dat deze voor de blinden onzichtbare smulpartij hun slechts de helft van het genot deed smaken.
Veertien pinten bruinbier, antwoordde Uilenspiegel, maar gij betaalt mij drie oortjes als ik win. Goed! riepen zij. En zij gaven hem elk een hunner schoenen. Uilenspiegel legde ze alle in het voorschoot dat hij aan had en, met dien last, danste hij op de koorde, doch niet zonder moeite.
En zij weende. De assche klopt op mijn hert, zeide Uilenspiegel.
Uilenspiegel hing den bovenkerel aan eenen nagel en bracht heel den nacht door met de mouwen naar het kleedingstuk te werpen. Op het leven dat hij maakte, kwam de kleermaker kijken. Deugniet, sprak hij, welke kwade poets zijt gij mij nu aan 't bakken? Gij heet dat een kwade poets? antwoordde Uilenspiegel.
En de trompet, en dat volk dat zoo loopt? Ons Heer moet zijn getal hebben. Waar brandt het dan toch? vroeg zij. In mijn hert, antwoordde Uilenspiegel. En hij vloog naar heuren mond. Gij bijt mij, sprak zij. Ik eet geerne kersen, zegde hij. Droef glimlachend keek zij hem aan. En schreiend sprak zij tot hem: Zet geen voet meer hier in huis.
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek