Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !
Bijgewerkt: 22 oktober 2025
"Wee u, dat gij, een vrouw, u tot rechter wildet verheffen over mannen. Wee u, dat gij, die mijn echtgenoote zijt, het waagt iemand te beleedigen, wiens hand ik druk. Wat gaat het u aan, dat de kavaliers de Majoorske in de gevangenis hebben gezet? Hadden zij geen gelijk? Gij zult nooit begrijpen hoe het een man in de ziel grijpt te hooren spreken over ontrouw van vrouwen.
Daarop wordt het contract geschreven met bloed uit Gösta's pink op 't zwarte papier van den Booze en met zijn veeren pen. En als dat gedaan is, jubelen de kavaliers. Nu zullen dan alle heerlijkheden dezer wereld hun een heel jaar lang toebehooren. En dan kunnen ze altijd verder zien.
"Een van de gasten in den kavaliersvleugel sterft, een van de blijden, de zorgeloozen, de eeuwig jongen. Wat zou dat? Kavaliers moeten niet oud worden. Als onze bevende handen het glas niet meer kunnen omhoog heffen, als onze halfblinde oogen de kaarten niet meer kunnen onderscheiden, wat hebben wij dan aan 't leven en wat heeft het leven dan aan ons?
Men hoorde geen Bellmansliedjes, geen scherts of lachen. Op de groote tafel, die vol witte kringen was van de toddyglazen, stond het blaadje nog, maar niemand mengde den dampenden drank. Beerencreutz zat met de kaarten te spelen, maar niemand maakten aanstalten om het spel te beginnen. Deze kavaliers, die de koningen der vreugd zouden zijn wat waren ze nu?
Niemand was gekomen om de plaats van den dertiende in te nemen niemand dan de zwarte, die uit den grooten oven was gekomen op Kerstavond. De kavaliers hadden zijn lot droeviger dan dat van zijn voorgangers gevonden. Wel wisten ze, dat er ieder jaar een van hen sterven moest. Maar wat zou dat? Kavaliers moesten niet oud worden.
"Kort daarna gingen de kavaliers naar de smidse. Al het werk daar stond nu stil, maar zij wierpen nieuwe kolen en nieuw ruw ijzer in den oven en bereidden het om gesmolten te worden. Zij riepen de smeden niet: die waren naar huis gegaan, om Kerstmis te vieren, maar zij werkten zelf. Als de Majoorske maar leven bleef tot de groote hamer in beweging kwam, dan zou die wel voor hen tot haar spreken.
Ach, mijn vriend, hoe dank ik je voor alle vreugd, die je me geschonken hebt." Zulke woorden en nog veel meer zou men willen zeggen. Maar de Majoorske lag in een gloeiende koorts, en de stemmen der kavaliers konden haar niet bereiken. Zou zij dan nooit te weten komen, hoe zij gewerkt hadden, hoe zij haar arbeid overgenomen en Ekeby's eer gered hadden? Zou zij dat nooit te weten komen?
Hij had geloofd, dat de arbeid zou hervat worden op Ekeby en koren uitgedeeld, aan die er 't meest behoefte aan hadden. Hij had gehoopt, dat zijn vrouw en de kavaliers zijn beloften zouden vervullen als hij weg was. Toen hij uit de kerk kwam, zag hij een kist staan voor de sakristy.
Zij konden niet anders van de echtbreekster denken. Maar wat gaf zij om die onnoozelen! Zij waren haar toch immers vreemd gebleven; maar deze arme kavaliers, die door haar mildheid geleefd hadden, die haar goed kenden zij geloofden het ook! Of ze deden alsof zij 't geloofden, om een voorwendsel te hebben, zich Ekeby toe te eigenen.
Daarop stond hij op en ging heen. En weer werd het drukkend stil in de woning van de kavaliers. Maar voor ieder van hen lagen een paar takjes van den "schandeheuvel". En van die takjes klonken allerlei akelige vragen: "Waar is de Majoorske? Wat is er van Ekeby's eer en macht geworden? Waarom is kapitein Lennart vermoord? Waar is de rijkdom van Löfsjö?"
Woord Van De Dag
Anderen Op Zoek