Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 17 december 2025


"De voorste bijdehandsche zen ijzer is los, en de achterste het in de spijkers van den voorsten getrapt." Maar ondanks deze ongevallen, zoodra hij het hek van Zomerzorg genaakt: klets, klats, klets, gaat de zweep; in vollen draf gaat het, het huis voorbij, bij de brug langs, omgewend met een korten draai, en pal voor de deur.

Geen zwepe en behoort er te zinken, geen snoer en genaakt er één haar: zoo stappen, hun' bellen al klinken, de vrome twee horsen, te gaâr. 2 Stooten. 3 Naaf. Hoe helder klinkt de klokkentaal ten torren uit: tot negenmaal herhaalt, herhaalt de klepel, op den rooden boord, zijn beêgeklop!

En dat, mag de ijzel tak en stammen kronen, Het blonde goud van najaarsloof vergaan, Onder het doode blad de knoppen wonen, Wier bleeke kern ontspruit tot groene blaân, En dat, mag door mijn ziel de weemoed drijven Omdat ook háár de lange rust genaakt, Haar onverwelkbaar-zoete hoop zal blijven, Dat zij, na rust, tot schooner Zijn ontwaakt.

De boogpijl vliegt hem na, met moorden en ontzielen, En Segol leidt zijn hoop aan 't lommerspreidend woud, Dat de achterhoede by den ingang veilig houdt. Zoo dacht hy. Maar vergeefs de krijgstromp hier doen hooren! Geen andwoord! Hy genaakt: wat koomt zijn oog te voren! Geen legerbende meer?

Dan knielden we bij den stoel neer en zeiden ons gebedje op: 'k Leg mij om te slapen neder, Goede God, die altijd waakt. Wil mij door Uw gunst bewaren, Als het kwade mij genaakt. . . . . . . . . . . . . . . . . . Dan leg ik mijn hoofdje neer. Doe mij niet angstvallig vreezen, Want Gij zijt mij heil, o Heer!

Na zulke hartverscheurende elegieën Genaakt gij 't venster uwer liefste 's nachts Met lieflijke muziek en heft daarbij Een roerend klaaglied aan; de doodsche nacht Maakt zulke liefdeklachten dubbel roerend. Of dit, of niets verovert u haar hart. HERTOG. Dit voorschrift toont, dat gij het hof gemaakt hebt. THURIO. En 'k voer uw raad deze eigen nacht nog uit.

Hoe laat is 't aan den tijd? De zon genaakt de middagsteê: In diepte van doorgloede luchtezee Smoort de akker onder 't bare goud; De vonken sikkel snerpt door 't droge graan; De schaduw krimpt terug in 't hout; In hemel-en in waterbaan Geen wolken gaan; Alleen de wit-doorzichte maan Blijft louter in het blauwe hemelvuur ... Hoe laat is 't aan den tijd? 't Is liefdes uur.

„O, zonlicht!” Op een dennenwoud van rotsen, Wier top mijn langste schaduw niet genaakt, Is ’t, of een sombre reus zijn hel bewaakt, En, wat zich roert, dreigt met granieten knotsen. Geen einde links, géen rechts; het duister braakt Gore gevaarten; eeuwge tranen trotsen Alleen de stilte en dood; de hars-toorts kraakt; De voet doet kei op kei in de’ afgrond klotsen.

Woord Van De Dag

kuifhoen

Anderen Op Zoek