Ik zou er nog geweest zijn, had niet eenig gedruisch, dat, zooals ik thans begrijp, hun optocht was naar mijn lijkmaal, terwijl ze zeer wel wisten, hoe en waar ik levend begraven was, den zwerm uit den korf gelokt. Ik hoorde hen hunne lijkpsalmen brommen, in het geheel niet denkende dat die voor het welzijn van mijne ziel gezongen werden door hen, die mijn lichaam op deze wijze uithongerden.

Pas had Lize den wijzer verschoven, of de klok begon zoo te brommen en te ratelen, dat ze verschrikt wegvloog. Bijna was ze over de beenen van het mannetje gevallen zeker had ze er tegen gestooten en hem misschien wakker gemaakt, en doodsangstig, wat er nu gebeuren zou, verstopte ze zich in een donker hoekje in de kamer. Maar het mannetje was wakker geworden, en hij wist haar wel te vinden ook.

En Gawein schrikte hevig, bevreesd, dat het hem ontsnappen zoû en in zijn schrik sloeg hij beide handen uit en greep er naar... vlak voor zijn oogen... greep er naar als hij naar een vlinder gegrepen zoû hebben. Maar het Scaec zweefde luchtig weg, om Gaweins hoofd, als plaagde het behaagziekjes hem en bleef toen boven hem brommen met zijn stadig gesnor als van een grooten hommel.

Ik blies een weinig in den nevel, en nu zag ik een huis, dat van wrakhout gebouwd en met walrushuiden bedekt was; de kant, waaraan het vleesch gezeten had, was naar buiten gekeerd; op het dak zat een levende ijsbeer te brommen.

We wikkelen haastig de touwen om de lantaarndragers, we ontplooien de vlag, we zetten den motor aan, die lustig gaat brommen, springen op de machine en vooruit gaat het! Wij vliegen langs den kronkelenden en onregelmatigen weg, zonder op het horten en stooten te letten, als het maar hard gaat. De auto loopt nog maar op de tweede versnelling en toch is het, of we vliegen.

Dat trekken beviel den hond bitter slecht, want daardoor werd de strik, die om zijn staart zat, aangehaald en veroorzaakte hem tamelijk veel pijn. Het dier stond op en begon te brommen. Dik liet zich niet afschrikken. Hij rukte opnieuw aan het touw, en wel zoo hard, dat de hond opsprong en het één, twee, drie op een loopen zette, met den kleerbak achter zich.

»De draagstoel is voor, mevrouw", klonk het en dan, ook vrij goed verstaanbaar: »ik begrijp niet wat zij nu uit doet!" Lé-ou luisterde niet naar die laatste ontboezeming. Zij stapte dadelijk naar buiten, liet de »oude moeder" brommen en zette zich in den stoel, na bevel gegeven te hebben, dat men haar naar Koan-Ti-Miao moest brengen. Het was een korte afstand.

Dat rijmt goed, ?» »Heel goedzei Bob schrijvende. »Gaat maar door, jongens, 't gaat best. Jou beurt, Dorus.» »Ik ben klaarzei ik. »Luister maar: „Zij vliegen vroolijk in het rond.” »Dat is waarzei Karel. »En dan kan dus volgen: „Of kruipen langzaam op den grond,” want dat doen ze ook dikwijls.» „En brommen haast den heelen nacht,”

Het warme weder maakte hem lui; hij had de hand gelicht met zijn werk, het geduld van den gouverneur tot het uiterste op de proef gesteld, zijn grootvader ontstemd door den halven middag piano te spelen, de dienstboden angst aangejaagd door geheimzinnig te kennen te geven, dat een van zijn honden dol scheen geworden, en nadat hij hooge woorden had uitgelokt met den stalknecht, over het een of ander vermeend verzuim aan zijn paard, was hij in zijn hangmat gevallen om te brommen over de "onmogelijkheid" van de wereld in het algemeen, tot de rust van den liefelijken namiddag hem, ondanks zichzelf, tot kalmte gebracht had.

Want het was een muzikale familie en ze wisten wel wat ze deden, toen ze een lied met een canon zongen, dat verzeker ik u: in het bijzonder Topper, die met z'n bas kon brommen als de beste, en wiens aderen nooit opzwollen op zijn voorhoofd en die nooit rood in het gezicht er van werd.