Zy zullen u nimmer voor de vuist durven aantasten, en zullen veelëer u altyd overrompelen: zyt dus wel op uw hoede, myn Heer. Maar de luchtstreek! de luchtstreek zal u het leven kosten!

Kom, sla maar toe, ik heb vier kinderen te voeden. JERONIMO. Vergeef het my, myn Heer, ik kond in ’t minst vermoeden; De beste kan hem wel vergrypen; ’k zal wel weêr Die straf verzoeten. Och! och ja, och ja, myn Heer, Gy zyt een Exploteur, dat zweer ik, zonder weêr ga. Dat volk bemin ik als my zelf, en ’k vraag’er meêr na Als na myn beste vriend.

Doe ik u ook belet, Juffrouw Buigzaam? anders ga ik weêr heen. Zy. Integendeel, uw gezelschap is my altoos aangenaam. Ik. Dan zal ik my by u zetten. Zyt gy misnoegt op my? als dat waar was, dan zou ik zeer ongelukkig zyn. Juffrouw Buigzaam.

Wanneer men aan den kwakzalver alles gegeven heeft, waar in hy lust had, zuigt hy aan het deel, in 't welk de zieke het meeste ongemak gevoelt, en kleine stukjens been, welken hy vooraf in zyn mond gestoken heeft, uitspuwende, zegt hy: zie daar de oorzaak van de kwaal; haast u dezelve te verbranden, en zyt verzekerd, dat de zieke in 't kort hersteld zal zyn.

Neen, Meisje, ik versta u. Hier moet gy blyven, geen kuren by den weg. Ik had gemeent, dat gij goedwillig met my zoudt gegaan zyn, doch nu is die voorzorg onnodig. Ik. Vrees voor de gevolgen; gy zyt niet boven de wetten. Hy. Zou ik niet, Liefde? Weet gy wel, dat de Rechter geen notitie neemt van zo een galanterietje? Kan het my schelen, waar ik ben, denkt gy?

Maar, vroeg Duclari, daar ge nu toch aan 't vertellen zyt, mag ik vragen of 't waar is dat ge te Padang zoo dikwyls geduelleerd hebt? Ja, zeer dikwyls, en daartoe was aanleiding. Ik heb u reeds gezegd dat de gunst van den Gouverneur op zoodanigen buitenpost de maatstaf is, waarnaar velen hun welwillendheid afmeten. De meesten waren dus voor my zeer onwelwillend, en vaak ging dit over in grofheid.

Niets anders.... Maar my dunkt, dat gy niet zeer geschikt zyt, om thans onaangename waarheden te horen; en ik beken, dat ik geen recht heb om u die te zeggen, ten zy de vriendschap my dat recht geeft. Willen wy de zaak daar laten? Ik. Zo als gy verkiest: niemand hoort gaarne onaangename waarheden; 't is des geen mirakel, dat ik er niet veel smaak in heb. Juffrouw Buigzaam.

LEANDER. Zacht, vader, zacht, uw vuur Is al te groot, gy zyt gebonden aan geen uur, Noch dag; en zo gy niet kond zonder rechten leven, Indien gy rechten moet, waarom niet ’t huis gebleven? Recht hier, gy hoeft daarom niet uit te gaan naar’t Hof; Kom, excerceert uw gaaf; recht ons, gy hebt verlof.

Myn eigen lief kind! alles is nu wel, alles is afgedaan; ik weet, dat gy het oprechtste meisje van de waereld zyt; en dat gy ook doen zult, méér nog dan gy my belooft. Na nog wat zittens en minzaam samenpratens, vroeg zy my, of wy wat wilden gaan musiceeren? ô Zeer gaarn, zei ik.

Doch meisje, meisje, pas op! Gy zult een hele rist vryers krygen; zy zullen om u dwarlen, als muggen om de kaars. Gy zyt nu in de vrytyd; is 't zo niet?