Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 14 oktober 2025


Tromp verdedigde zich met de bewering, dat hij zich onbewust in de hitte van den strijd te ver van de vloot had verwijderd, en dat in geen geval de zucht om de Ruyter te benadeelen, de drijfveer van deze daad was geweest.

Ikke nu vijf- of zes en veertig jaar geleden een Michiel de Ruyter gekend heeft. Dat te Vlissingen was. Maar het niet dezelfde kan zijn. Die Michiel maar bootsmansjongen was." "En toch is dat diezelfde Vlissingsche bootsmansjongen, die nu Admiraal van de vloot is." "Uwé den armen neger voor den gek houdt," zeide de zwarte ongeloovig.

Jan Company vergezelde hen tot aan het strand en verzocht hun nog vele groeten aan zijn ouden vriend De Ruyter te doen, hetgeen men hem beloofde. Zeer tevreden over dat uitstapje, kwam men aan boord van "de Spiegel" terug.

"Volgaarne, ofschoon het mijn gewoonte niet is om naar mijn bureau te rijden. Men mag echter wel zien, hoezeer Johan de Witt de vriend is van den Prins van Oranje. Tot van middag, mijnheer De Ruyter," vervolgde hij tot den Luitenant-admiraal. "Uwe Edelheid zal mij wel excuseeren."

Den 15en Juni volgde een nieuwe zeeslag, waarin de Ruyter een schitterende overwinning behaalde, en den 21en Augustus wist hij bij Kijkduin de vijanden tot een slag te dwingen, die buitengewoon bloedig was, maar waarbij de vijanden gedwongen werden, van onze kusten af te houden. De landing, die zij op het gebied der Vereenigde Nederlanden hadden beoogd, was er voor goed onmogelijk door gemaakt.

Voor dezen tocht waren echter naar de meening van de Ruyter veel te weinig schepen uitgerust, en hij gaf daarover tegen een der leden van de Admiraliteit zijn ongenoegen te kennen. Deze had de onbeschaamdheid den grooten held toe te voegen: "Ik denk niet, Mijnheer, dat gij op uwe oude dagen bevreesd begint te worden en den moed laat vallen?"

Mijnheer, zijt gegroet van mij Uwen dienaar." De Ruyter antwoordde op dit schrijven, dat zijn Schout-bij-nacht Van der Zaan, met zijn schip op plaats en tijd, die de Turk zou goedvinden, den tweekamp zou aanvaarden; terwijl hij beloofde, dat noch hij noch één der Hollandsche kapiteins genoemden Schout-bij-nacht eenige de minste hulp zou toebrengen.

Men hoorde met groot lawaai schreeuwen, dat men het huis wilde plunderen. Mevrouw de Ruyter ontbood dadelijk Wessel Smit, een kapitein van een vendel burgers, bij zich, en deze riep van zijn stoep af het volk toe: "Wat wilt gij? Wat is er te doen?" 't Antwoord was niet bemoedigend. "Jij dikke schelm, kom van de stoep, men zal je op zijn Jan de Witts behandelen," klonk het hem toe.

"Waar de besognes en het interest van het Land uwe tegenwoordigheid vereischen, mijnheer de Raadpensionaris," gaf De Ruyter ten antwoord, "heeft niemand recht U op te houden. Dus tot van middag." "Adieu, mijnheer De Ruyter," zeide de Prins, terwijl hij den Luitenant-admiraal vriendelijk groette. "Ik hoop de eer te genieten, een bezoek van U te ontvangen."

Zoo kan geen De Ruyter het vermaarde commando hebben gegeven, zoo strekt geen held met gebiedend gebaar den arm. De rechterhand is niet beter van teekening. Misschien loopen er verwaande menschen rond, die op deze manier met gebogen polsgewricht den knop van een wandelstok omvat houden, maar van onzen Vlissinger Michiel gelooven we het niet.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek