Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 3 oktober 2025


Bessenkoek. 4 eijeren en 3 lepels meel beslaat men met ongeveer 2 1/2 m. melk, en doet er een weinig zout in, benevens wat kaneel. Hiervan bakt men, met boter, een koek, en legt op het nog vloeibare beslag eene dikke laag rijpe aalbessen, die men daarna met 1 o., 2 1/2 l. gestooten beschuit bedekt.

Als dit onder vroolijke scherts geschied is, keeren de stra-rijders naar het dorp terug, waar een soort van kermis gehouden wordt. Daar zijn thans de stalletjes en kraampjes geplaatst met sinaasappelen en koek, en niet meer op het strand, en in de dorpsherberg heerscht een druk leven, dat nog voortgezet wordt, ook nadat de stra-rijders hun paarden weder op stal hebben gebracht.

Dit gezegd hebbende draaide hij zich om en verwijderde zich. "Dat iemand zoo iets durft tegen mij!" mompelde de roodbaard tandenknarsend. "En dat ik dat zoo maar voor zoete koek moet opeten!" "Waarom zijt gij zoo gek, dat gij het verdraagt?" merkte een zijner volgelingen lachend op. "Ik zou dien leeren zak geantwoord hebben met mijn vuist." "En van een koude kermis thuisgekomen zijn!" "Pshaw!

Het zyn alles leugens, die je alleen dáárom vertelt, omdat je in al dat gevèrs je tot slaaf maakt van maat en rym. Als de eerste regel geëindigd was op koek, wyn, kina, zou je aan Marie gevraagd hebben of ze meeging naar Broek, Berlyn, China, en zoo voort.

Deze werktuiglijke glimlach, door te groote kaakbeenderen en te weinig vel veroorzaakt, toonde meer tanden dan ziel. Het knaapje, dat in zijn koek had gebeten en er niet meer van at, scheen verwend. De kleine was in de uniform van nationale garde, om reden van den opstand; en de vader droeg zijn burgerkleeding, om reden van voorzichtigheid.

Ik zou er mij met hand en tand tegen verzetten." "Dat moogt gij immers niet. Er is immers een eed gezworen! Wij zullen alles, wat zij met ons verkiezen aan te vangen, moeten opeten voor zoete koek." "Wie heeft u dat verteld? Begrijpt gij dan werkelijk niet, rampzalige zwaartiller! dat zulk een eed eigenlijk een wassen neus is? Men heeft waarlijk geen gastronomischen spiegel-telescoop noodig..."

Wij zouden dus misschien wat te eten kunnen krijgen. Toen wij daar druipnat aankwamen, was de bakkersvrouw dadelijk bereid koffie voor ons te maken en ons op koek en brood te onthalen. In een oogwenk was zij met alles gereed, maar zij kon zooveel natte dames niet in haar klein, zindelijk woninkje herbergen.

Dit wordt over den koek gestreken, als hij op den schotel is koud geworden en vervolgens gedroogd, hetzij in de zon, hetzij in een bekoelden oven, of ook door middel van een gloeijende aschschop, die men er over heen en weder beweegt. In het laatste geval ga men echter voorzigtig te werk, opdat het glazuur niet geel worde.

Zij hadden evenmin den burger als den koek gezien. De burger, beseffende dat de koek gevaar liep teloor te gaan en verontrust over die nuttelooze schipbreuk, begon met de armen te telegrapheeren, zoodat hij eindelijk de aandacht der zwanen tot zich trok. Zij zagen iets dat dreef, wendden zich, als schepen, en naderden langzaam den koek, met de kalme majesteit, welke aan witte dieren betaamt.

Het deeg wordt dan in een houten schotel gedaan, met een weinig water aangelengd en tot een soort van koek gekneed. Deze bewerking is aan de vrouw van Paumea opgedragen. De vloermat dient als tafel; de toebereidselen tot den maaltijd zijn afgeloopen; wij worden uitgenoodigd, plaats te nemen.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek