Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 17 juni 2025


Van Nes uitvoerig over de protesten tegen de Joden- vervolging, de bordjes "Verboden voor Joden" enz. Toch krijgt men bij het lezen van hoofdstuk V telkens de indruk, dat men een rapport over de zending onder de Joden leest. De auteur gebruikt als bron dan ook veelvuldig de drie-maandelijkse rapporten die hijzelf bij Deputaten voor de zending onder de Joden had ingeleverd.

Maar eindelijk ging 't ook André, die nu alle houdingen op zijn stoel geprobeerd had, vervelen in 't groote, fatsoenlijke koffiehuis. "Kom jongens," zei hij, na een schaterlach, "nou naar de Nes!.... Denk er om, we hebben vreemdelingen over!...." "Goddome ja!" zei de Hagenaar, "daar moeten we nog naar toe!" "Ik ben er ook in geen jaren geweest," zei de student.

"Wat wij moeten doen," antwoordde Van Nes, "tegen de overmacht kunnen wij het niet uithouden; het best is, ons al wijkende te verweren." "Gij hebt gelijk, Van Nes," antwoordde vader. "Daar is geen andere uitkomst over. Ach! wat overkomt ons! Ik wou maar, dat ik dood was!" "Zei uw vader dat?" zeide Pieter, terwijl hem de tranen uit de oogen sprongen. "En wat zeide de Luitenant-admiraal?"

De vraag of men, door ruimer te dopen, voor anderen daardoor het risico vergrootte, diende overwogen te worden; akkoord. Maar dan. De uitdrukking "dankbaar zijn" hierboven, achten we totaal misplaatst. De bewering "dat Christus de Zijnen beschut" is zo mogelijk nog erger. Later zal Van Nes in ditzelfde hoofdstuk de martelgang wat betreft de "vrijstellingen" verhalen.

En hier en daar stonden, wachtend, loerend, armoedige sletjes, in fletse, donkere burgerjuffrouw-plunje, bruinig en gitterig. De schilder sprak er een aan met hoonende liefkoozingsnaampjes, waarop ze begon te schelden in plat-jordaansch, vermakelijk vond Gerrit. En toen sloegen ze den hoek om en trokken de nauwe Nes in.

Van Nes bepaalde standpunten poneerde, bijv. dat de "heiligheden van het Koninkrijk Gods" hooggehouden moesten worden, nl. door alleen een "Angehoerigkeits"-verklaring af te geven aan die Joden die er "recht" op hadden. Maar bij ds. Van Nes krijgen we de indruk, dat hij meer oog had voor "de heiligheden van het Koninkrijk" dan voor de nood waarin zij die om een verklaring vroegen verkeerden.

Zoo sukkelde men aan weerszij een jaar of wat voort: men poogde elkander zooveel mogelijk de loef af te steken en men onttroggelde elkander de goede spelers; gaf men in de Nes een nieuw stuk, dan moest men het op de Keizersgracht ook geven; hield men hier optochten bij feestelijke gelegenheden, dan moest ginds ook hetzelfde groot spektakel vertoond worden: 't ging hard tegen hard: de Regenten over en weer konden elkander niet langer luchten of zien, en de beide godshuizen leden er niets dan schade door.

Van Nes heeft een en ander en zijn eigen opvattingen uitvoerig weergegeven in zijn drie-maandelijkse rapporten en later heeft hij uit die rapporten geciteerd ten behoeve van zijn hoofdstuk in Delleman: Wij kennen in onze Gereformeerde Kerken geen "haastdoop". 't Schijnt helaas, dat er in de Nederlands Hervormde Kerk wel zijn, die zulk een doop voor mogelijk achten.

Daarna gingen zij weder in de jachten, voeren de vloot rond, door al de schepen met saluutschoten verwelkomd en gingen nog aan boord van de Luitenant-admiralen Van Nes en Tromp.

Van Nes de namen ontvangen van hen die als Christen-Joden golden en voor wie men op die grond vrijstelling van deportatie vroeg. We weten evenmin of er iemand hetzij ds. Delleman, hetzij iemand anders kritisch naar de bijdrage van ds. Van Nes gekeken heeft, alvorens deze geplaatst werd. In zijn bijdrage schreef ds.

Woord Van De Dag

verheerlijking

Anderen Op Zoek