Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 8 december 2025


Ik had de mijne juist aan en zwierde als een losgelaten vogel door de drukte heen, toen plotseling de kreet klonk in mijn ooren: Boerke van Meylegem! 't Es boerke van Meylegem! Mijn hart stond van emotie even stil. Ik zag een zwarte menschenmassa, vlak vóór Tieldeken's herberg en vloog er naartoe.

Tieldeken! Ja, ik dacht aan Tieldeken van Meylegem, daar bij de wilde draaikolken van den Niagara, op zooveel duizend mijlen afstands! Ik liet mij gaan op mijn gedachten, en een eindeloos gevoel van eenzaamheid en heimwee kwam mij kwellen en ik cijferde de onoverkomelijke ruimte weg en ik zag mij weer bij Tieldeken, in de ouderwetsche herberg, bij het ouderwetsch, poëtisch kerkje. Ik zag haar blozend-frisch gezicht, haar stralende oogen, haar mooi, bruin, krullend haar, haar vriendelijken glimlach. Ik hoorde haar beminnelijke stem, en ik hoorde ook den loggen klompstap van haar vader en de brabbelstem harer moeder, die achter de schenktafel "dreupelfs" ging halen. Ik zag en hoorde alles; al het aardige en lieflijke en ook het tergende en kwellende: haar ontrouw, haar akelig gescharrel met den boerenpummel en nog anderen; en ik zat daar stil over te mijmeren en te peinzen, d

Dat was Tieldeken van Meylegem, dat was jonkvrouw Quiline, dat was het mooie, groene Vlaanderen, wel zacht, wel lief, wel boeiend en wel diep-ontroerend, maar verre, o zoo verre, en zoo verbleekt en verwazigd, vergeten bijna naast het rood en den gloed van den nieuwen hartstocht. De wereld stond voor mij open.

En toen begreep ik eindelijk dat ik, ikzelf nu, boerke van Meylegem was; en dat boerke van Meylegem een mythe, een symbool, een legendarische verschijning was: een personage die niet bestond en wellicht nooit bestaan had, maar in wiens abstracte wezen zich, volgens het landelijk bijgeloof, al de kunde, al de opgewekte joligheid en al de roekelooze waaghalzerij van het heerlijke schaatsenrijden vereenzelvigde.

Boerke van Meylegem was de beste schaatsenrijder uit de streek, dat wisten zij allen; maar als ik informeerde waar hij woonde, en hoe oud hij was, en of hij nog wel reed, en of hij reeds dat jaar op 't ijs geweest was, klonken de antwoorden verward en tegenstrijdig.

't Verdriet om Tieldeken van Meylegem, was niets daarbij vergeleken. Hoe was het toch mogelijk dat ik zelf, met slechts een paar onbezonnen woorden, in een oogwenk, mijn teedere illuzie, mijn schoon ideaal, mijn frisch en jong geluk ontfleurd, geschonden en vernietigd had! Half ziek van ellende stond ik op.

Ik had vizioenen waarin mijn gansche leven en verleden vóór mij heen zweefde. Ik dacht aan mijn tehuis, aan 't schoone Vlaanderen, aan mijn vrienden, aan Tieldeken van Meylegem, en aan de freule van 't Kasteel. Er kwamen tranen in mijn oogen, die langzaam over mijn wangen vloeiden.... Zoo overviel mij eindelijk de slaap.

Ik dacht aan de schoone jonkvrouw, aan de goddelijke Quiline, die nu onherroepelijk voor mij verloren was en in de liefdestobberijen van mijn jeugdig, ruim-beminnend hart, dacht ik meteen aan het bekoorlijk Tieldeken van Meylegem, die ik de laatste tijden zoo verwaarloosd had en die ik daarom ook totaal voor mij verloren voelde.

Wij kwamen aan de groote vlakte, wij reden op, zoover als we gewend waren te durven rijden; en daar waar onze krassen en kringen eindigden, zagen wij, over het donkere, maagdelijk ijs, recht vóór ons uit, in de richting van Meylegem, voor het eerst andere krassen, die niet van onze schaatsen waren!

De pummel was verdwenen en ik bleef zegevierend op het veld van eer mijn schoonste kunsten maken; ik, en ik alleen nu, was omringd door honderden bewonderaars, en thans galmde weer alom de kreet, die me bij mijn komst op 't ijs zoo diep ontroerd had: Boerke van Meylegem! 't Es boerke van Meylegem! Verbaasd keek ik op.

Woord Van De Dag

bevoorrechtte

Anderen Op Zoek