Aan een kundig wapensmid te Tours wordt op bevel van den koning opgedragen, op maat voor Jeanne en haar krijgsros, een volledig harnas te vervaardigen.

"Maak mij een mooier zwaard dan gij ooit vervaardigd hebt, o, Novak!" zei Marko en hij gaf den wapensmid dertig dukaten en ging naar de herberg. Daar bleef hij om de paar volgende dagen te besteden aan het drinken van rooden wijn en keerde toen bij den smid terug. "Zijt gij met mijn zwaard gereed, o Novak?" De wapensmid bracht het zwaard en gaf het aan Marko, die vroeg: "Is het goed?"

De wapensmid is, als gezegd, een meester in zijn vak, een man van overgeërfde bekwaamheid. Hij verhaalt u met een rustigen trots, dat zijn voorvaderen de wapensmeden waren van de Keizers van Mataram. Zijn zoon, en zijn kleinzoon, die, met een broederszoon, zijn helpers zijn in de smidse, zetten de traditie van het geslacht voort.

En de geweermaker, de wapensmid, is trotsch op zijn vak; zij vormen onder elkander nog inderdaad een soort van gilde, en willen volstrekt niet gelijk gesteld worden met andere ambachtslieden, van wie, naar zij meenen, veel minder ontwikkeling en bekwaamheid gevorderd wordt.

"Bij den baard van Sint-Bavo!" riep de wapensmid, onverduldig: "zal die satansche Fries onzen Graaf en ons hier ongestraft blijven uittarten?

Zoodra dan ook de overige deelen van de wapenrusting gereed zijn, zendt zij haar wapensmid met een brief naar de Gouverneurs van de kapel van de Heilige Cathérine van Fierbois. Volgens hare aanduiding kan het zwaard dat voor haar bestemd is, gevonden worden in de nabijheid van het altaar, waar het begraven is. Het is een roestig zwaard, waarop vijf kruisjes gegraveerd staan.

Twee dagen zijn wij er stil geweest, en toen moesten wij weer vertrekken, omdat de Graaf zijn vertrek naar Cyprus niet uit kon stellen." "Wij zouden langer tijd gehad hebben," zeide Deodaat, "indien gij niet ontijdig twist gezocht hadt met een wapensmid, omdat hij ons voor studenten van Padua aanzag: waarlijk! een fraaie reden."

"Ze zullen hen gauw genoeg achter de vodden zitten, Jack, en in een ommezien zijn ze allen weer ingepikt," hernam Gascoigne. "Nu, dan moeten we maar aan de orders gehoorzamen; maar 't stuit me toch tegen de borst. Sla los, smid!" De wapensmid, die evenals de matrozen het met Jack eens scheen te zijn en nog niet aan het werk gegaan was, begon nu met zijn hamer de sloten één voor één los te slaan.

Wouter, de wapensmid, was een rijzig en sterk gebouwd man, met een open, gul gelaat, en als de reuzenkracht zijner armen het zwaarste en hardste ijzer naar zijn wil behandelde, was het vreemd te denken, dat zijn aard en zijn hart zoo gul en zoo zacht waren. De goudsmid, die Egbert heette, was een man van eene lange en schrale gestalte, met een schitterend oog en een immer werkend verstand.

Ik ben in eenige van die huisjes geweest: bij een batikster, een goudsmid, den wapensmid. En overal heb ik hetzelfde gevonden: vlijtig werk, gebrekkig werktuig, schamelste verdienste. De batikster mag misschien niet eens medegerekend: zij is een Britsch-Indische en heeft, zoo niet industrieel dan toch commercieel moderne idees. Haar winkel heet "The Old Curiosity Shop."