Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 3 oktober 2025


Met uitzondering van de fragmentarische verzameling van Juan Fernandez de Constantina, werd de Cancionero General of het »Algemeen Liederenboek«, zooals men het zou kunnen noemen, verzameld en uitgegeven in het begin der zestiende eeuw door een zekeren Fernando del Castillo.

De 16e en 17e eeuwsche schrijvers noemen haar bij afwisseling koning of koningin; maar alleen in den zin van bestuurder; en men koos het woord in hoofdzaak al naar het geslacht van hem of haar, die op dat oogenblik den engelschen troon innam.

»Inderdaad," hernam Dion, »de geringste schoolmeester zou zich wel schamen u ooit zoo te noemen, zelfs al waart ge hem in verstand en kennis boven het hoofd gegroeid.

Daar nu twee van ons precies hetzelfde denkbeeld hadden gehad, wil ik geen namen noemen, ook omdat de zaak haast al te eenvoudig is, maar is niet het geniale meestal het eenvoudigste? Wij naaiden namelijk een zak rondom den ingang, sneden daar den bodem uit en kropen daardoor naar buiten en naar binnen, terwijl we den zak dan met een touw dichtbonden.

Nu, pilibistiro is veel erger: als ze je eenmaal pilibistiro noemen, ga dan maar dadelijk biechten en betaal je schulden af, want dan zit er niets anders op dan dat je je laat ophangen. Dat zeggen de lui die 't weten kunnen." Allen waren onder den indruk.

«Neenzei de jongste, «dan zou ik mij, als er dan toch een verandering moet plaats hebben, nog liever jonkvrouw laten noemen: jonkvrouw klinkt toch nog altijd wat deftiger dan juffer!» «Maar dan laat ik mij liever tot brandhout hakkenzei de oudste juffer.

Behalve een zeer objectief boekje over Hindeloopen, dat in 1855 te Leeuwarden verscheen, zijn de publicaties van E. Maaskamp uit 1803 en de Karakter-schetsen, kleederdrachten, enz. in 1842 door de Nederlandsche Maatschappij van Schoone Kunsten in Den Haag gepubliceerd, niet anders dan prentenboeken te noemen, waarbij den text meer lyrische ontboezemingen zijn, dan beschrijvingen.

"Groote hemel!" zei mijnheer Bensington, zijn buik over den leunstoel rekkend met een geduldige minachting voor de gewoonten van dit gemakkelijk meubelstuk, en toen, bevindend dat de brochure nog buiten zijn bereik lag, liet hij zich op de handen vallen, om de stukken bijeen te garen. Op den grond viel het denkbeeld hem eigenlijk in, het "'t Voedsel der Goden" te noemen...

Iras lachte, een korten, scherpen lach, en haar smal, zeer regelmatig gezicht, dat men schoon had kunnen noemen als de rug van den fijnen rechten neus niet wat lang en de kin iets te klein waren geweest, vertrok zich, terwijl zij uitriep: »Dat is ten minste openhartig."

Vele kenteekenen bevestigen de door de Duitsche historici aangenomene bewering, dat de tegenwoordige Denen niet vóór de Duitschers, in het land, dat zij thans het hunne noemen, te huis behoorden, maar dat zij het veeleer eerst in een lateren tijd, van uit het Noorden binnengetrokken zijn.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek