Vietnam or Thailand ? Vote for the TOP Country of the Week !

Bijgewerkt: 18 oktober 2025


Bij de deur zag ik het glimmende knopje van het electrisch licht, maar het was onnoodig, zelfs al ware er geen gevaar geweest, om het op te draaien. Aan een zijde van den haard was een zwaar gordijn, dat hing voor het raam, dat wij buiten hadden gezien. Aan de andere zijde was de deur, die uitkwam op de veranda.

Hij zette zich aan den haard en strekte zijn vermoeide en gewonde voeten naar het vuur uit; er kwam een heerlijke geur uit den pot. Zijn gezicht, zoover men het onder de, in de oogen gedrukte, pet kon zien, nam een vluchtigen schijn van welbehagen aan, gepaard aan die smartelijke uitdrukking, welke de gewoonte van lijden aan het gelaat geeft.

Daar de wond van T. niet genezen wilde, raadpleegde hij een orakel en ontving hij tot antwoord, dat alleen degene, die de wond had toegebracht, haar ook konde genezen. Hij begaf zich nu als bedelaar verkleed naar Griekenland en bad Agamemnon, terwijl hij met den kleinen Orestes in de armen als smeekeling aan den haard zat, hem te helpen.

De jongen was op den haard gesprongen, en probeerde de deur van den oven open te krijgen, toen hij op eens een sleutel in het slot hoorde steken en zachtjes omdraaien. Dat moesten menschen zijn, die aankwamen, en in den nood, waarin hij nu verkeerde, werd hij niet bang, maar alleen blij. Hij stond al op den drempel, toen de deur eindelijk open ging.

En dreigend trekt het krijgsvolk op, De vuisten aan het zwaard Te wapen, Afrikaansche Boer! Het geldt uw huis en haard! Deze twee en de nog volgende verzen kunnen gezongen worden op de wijze van het Transvaalsche volkslied: »Di Vierkleur van ons dierbaar land".

Daarna was noch aan de doode, noch aan de levende dingen meer te merken, dat ze weet hadden van wat 't dichtertje beleefd had in z'n dichterhoofd, datti meedroeg op weg naar z'n roemlooze graf. 't Dichtertje kreeg er genoeg van. Hij had nog iets heel moois liggen: "Mijn doode hart is zoo zwaar te dragen". Dat gooideni maar in 't keukenfornuis, de haard brandde niet, want 't was zomer.

Nabij den haard lag een gezet man, Philoinus van Sybaris , met sterk sprekende zinnelijke gelaatstrekken, zoo lang als hij was uitgestrekt op een met bont overtrokken voor twee personen bestemden stoel.

Wacht van mij geen woorden van vreugde en hoop. Al de smart en de rampen, die wij beiden veroorzaakt hebben, zal ik als wachten aan onzen haard zetten. Kan een hart, dat zóó veel geleden heeft als het mijne, nog liefhebben? Zonder tranen en zonder blijdschap zal ik naast je voortgaan. Bedenk je wel Gösta, voor je 't leven kiest. Wij moeten den weg der boeten gaan."

Om tien ure werden de vrouw en de jongen gezamenlijk als door eene geheime aanraking getroffen. Zij sprong op van den steen, hij uit den haard, en beiden riepen te gelijk: "Ha, daar is vader, Janneken!" "Ha, moeder, daar is vader!" En een glimlach van blijdschap gaf eene nieuwe uitdrukking aan hun gelaat.

'Ik zit vol spinnewebben, zei de tweede, 'dat zou 's winters ook niet gebeuren. 'En ik ben zoo stoffig, dat ik mij dood zal schamen, als tegen den winter de zwarte man weer verschijnt, zooals van Alphen zegt. Die wijsheid had de derde kachel natuurlijk van Johannes opgevangen, als deze 's winters voor den haard versjes opzeide.

Woord Van De Dag

êken

Anderen Op Zoek